Wet basisregistratie personen Actueel

Inhoud

§ 4

De verplichtingen van overheidsorganen

Artikel 2.27

  1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die in een van de onder hem berustende registers melding heeft gemaakt van een feit dat van belang is voor de bijhouding van de basisregistratie, brengt de gegevens ter zake terstond ter kennis van zijn college van burgemeester en wethouders.

  2. Een hem ingevolge een verdrag inzake de internationale uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand toegezonden kennisgeving doet hij terstond toekomen aan zijn college.

  3. Hij verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders dat daarom vraagt, zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die dat college nodig heeft voor de bijhouding van de basisregistratie.

  4. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, die wegens het ontbreken van een akte in de onder hem berustende registers geen latere vermelding als bedoeld in artikel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek toevoegt van een hem op grond van artikel 20e van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek toegezonden besluit, rechterlijke uitspraak of notariële akte, brengt een afschrift van dat besluit, die uitspraak of die akte ter kennis van zijn college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2.28

  1. De griffier van de rechtbank die in het curatele- en bewindregister melding heeft gemaakt van een rechterlijke uitspraak waarbij met betrekking tot een persoon een voorziening in de curatele is getroffen, doet daarvan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente, onder vermelding van de persoon die het betreft en de datum waarop de rechtsgeldigheid van de voorziening ingaat.

  2. De griffier doet overeenkomstige mededeling van elke beslissing, houdende vernietiging van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid, en van beëindiging van de curatele.

  3. De griffier van de rechtbank die in het gezagsregister aantekening heeft gehouden van een rechtsfeit dat betrekking heeft op de gezagsuitoefening over een minderjarige, welk van belang is voor de bijhouding van de basisregistratie, met betrekking tot de in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 4°, bedoelde gegevens, doet van dit rechtsfeit mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente van de minderjarige.

  4. De in het derde lid bedoelde mededeling geeft uitsluitend aan welke minderjarige het betreft, welk rechtsfeit met betrekking tot de gezagsuitoefening heeft plaatsgevonden alsmede de datum waarop het rechtsgevolg hiervan intreedt.

Artikel 2.29

  1. Indien Onze Minister van Justitie en Veiligheid in het openbaar register, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, melding heeft gemaakt van het feit dat een persoon een verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap of een verklaring van afstand van het Nederlanderschap heeft afgelegd, dan wel dat een persoon door verlening het Nederlanderschap heeft verkregen of door intrekking het Nederlanderschap heeft verloren, doet hij daarvan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente. De mededeling bevat de datum waarop de verklaring in ontvangst is genomen of de datum waarop het Nederlanderschap is verkregen of verloren.

  2. Een mededeling als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege indien artikel 2.14, derde lid, van toepassing is.

  3. De griffier van de rechtbank Den Haag dan wel de griffier van de Hoge Raad zendt een afschrift van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak houdende de vaststelling van het Nederlanderschap of de vaststelling van het niet-bezitten van het Nederlanderschap, aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente.

Artikel 2.30

Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet van de gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling die voor de bijhouding van de basisregistratie van belang zijn, mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente.

Artikel 2.31

Bij algemene maatregel van bestuur worden gevallen bepaald waarin het college van burgemeester en wethouders aan een korpschef als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 een afschrift toezendt van een beslissing als bedoeld in artikel 2.60 om op grond van artikel 2.10, tweede lid, een gegeven betreffende een vreemdeling niet in de basisregistratie op te nemen.

Artikel 2.32

De griffier van het betrokken gerecht zendt een afschrift van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente van de onbevoegd verklaarde.

Artikel 2.33

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan overheidsorganen verplichtingen worden opgelegd tot het doen van mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente inzake het van toepassing zijn van artikel 2.6.

Artikel 2.34

  1. Een bestuursorgaan dat in verband met de verstrekking van een authentiek gegeven uit de basisregistratie gerede twijfel heeft over de juistheid van dat gegeven, doet hiervan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente.

  2. Onze Minister wijst de bestuursorganen aan die tevens mededeling doen in verband met de verstrekking van andere dan authentieke gegevens.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gevallen waarin en de wijze waarop de mededeling wordt gedaan, alsmede de kennisgeving van het college van burgemeester en wethouders aan het bestuursorgaan naar aanleiding van een mededeling, geregeld.

  4. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen omtrent het doen van mededeling door en de kennisgeving aan bestuursorganen die een orgaan zijn van de desbetreffende gemeente en kan een of meer van deze bestuursorganen aanwijzen om tevens mededeling te doen in verband met de verstrekking van andere dan authentieke gegevens.

  5. Voor zover een mededeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een gegeven dat op grond van een andere wet is overgenomen uit een andere registratie, zendt het college van burgemeester en wethouders die mededeling door aan de verantwoordelijke voor de verwerking van dat gegeven in die andere registratie.

Artikel 2.35

  1. Een college van burgemeester en wethouders dat van de ambtenaar van de burgerlijke stand in zijn gemeente gegevens heeft ontvangen die van belang zijn voor de bijhouding van de basisregistratie door een andere gemeente, doet terstond mededeling van die gegevens aan het college van burgemeester en wethouders van de andere gemeente.

  2. Een college dat van de ambtenaar van de burgerlijke stand in zijn gemeente een ingevolge een verdrag inzake de internationale uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand toegezonden kennisgeving heeft ontvangen die van belang is voor de bijhouding van de basisregistratie door een andere gemeente, doet die kennisgeving terstond toekomen aan het college van burgemeester en wethouders van de andere gemeente.

  3. Onze Minister, dan wel een college van burgemeester en wethouders, verstrekt aan een college van burgemeester en wethouders dat daar belang bij heeft spontaan of op verzoek zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de basisregistratie.

Artikel 2.36

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan overheidsorganen verplichtingen worden opgelegd tot het verschaffen aan het college van burgemeester en wethouders van de gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdelen 11° en 12°.

Artikel 2.37

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de verplichtingen bedoeld in deze paragraaf moet worden voldaan.

← terug naar Wet basisregistratie personen