Wet basisregistratie personen Actueel

Inhoud

§ 2

De inschrijving

Artikel 2.66

  1. Onze Minister schrijft een persoon in de basisregistratie in op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 2.67 of artikel 2.68.

  2. Inschrijving geschiedt niet als de betrokkene reeds in de basisregistratie is ingeschreven.

Artikel 2.67

  1. Eenieder kan Onze Minister verzoeken om hem in te schrijven in de basisregistratie. Een dergelijk verzoek kan, waar het gaat om de inschrijving van minderjarigen jonger dan 16 jaar, worden gedaan door ouders, voogden of verzorgers.

  2. Bij zijn verzoek legt de betrokkene ten minste de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden ten behoeve van een juiste inschrijving over.

  3. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de betrokkene ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit in persoon bij de inschrijfvoorziening is verschenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen van de verschijning in persoon kan worden afgezien.

  4. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

  5. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste of derde afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

Artikel 2.68

  1. Een aangewezen bestuursorgaan kan Onze Minister verzoeken om een persoon in te schrijven in de basisregistratie.

  2. Het bestuursorgaan verzoekt alleen om inschrijving als het zelf gegevens over de betrokkene verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak.

  3. Het bestuursorgaan verzoekt niet om inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

  4. Het bestuursorgaan verzoekt niet om inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

← terug naar Wet basisregistratie personen