-
De in artikel 108, eerste lid, onderdelen g en i, onder 2°, genoemde termijn van 185 dagen wordt ten behoeve van houders van een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, anders dan in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die in Nederland woonachtig zijn, verlengd tot en met 30 september 2020, indien de genoemde termijn van 185 dagen verstrijkt of is verstreken in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020.
-
De in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, genoemde termijnen worden ten behoeve van houders van een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die in Nederland woonachtig zijn, verlengd tot en met 30 september 2020, indien de in dat onderdeel bedoelde termijn verstrijkt of is verstreken in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020.
-
De in het eerste en tweede lid bedoelde verlenging geldt op voorwaarde dat het desbetreffende rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie waarmee wordt gereden geldig is dan wel in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.
-
Dit artikel vervalt met ingang van 1 oktober 2020.
Inhoud
Artikel 108a
Tekst van deze versie
-
De in artikel 108, eerste lid, onderdelen g en i, onder 2°, genoemde termijn van 185 dagen wordt ten behoeve van houders van een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, anders dan in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die in Nederland woonachtig zijn, verlengd tot en met 30 september 2020, indien de genoemde termijn van 185 dagen verstrijkt of is verstreken in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020.
-
De in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, genoemde termijnen worden ten behoeve van houders van een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die in Nederland woonachtig zijn, verlengd tot en met 30 september 2020, indien de in dat onderdeel bedoelde termijn verstrijkt of is verstreken in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020.
-
De in het eerste en tweede lid bedoelde verlenging geldt op voorwaarde dat het desbetreffende rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie waarmee wordt gereden geldig is dan wel in de periode tussen 1 februari 2020 en 1 september 2020 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.
-
Dit artikel vervalt met ingang van 1 oktober 2020.
Nog geen automatische verwijzingen.