Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 4l

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De raad van toezicht ziet toe op de werkzaamheden van de directie en staat die met raad terzijde.

  2. Goedkeuring door de raad van toezicht behoeven in ieder geval de besluiten van de directie betreffende:

    1. de reglementen, bedoeld in de artikelen 4o en 4r;

    2. investeringen die een door de raad van toezicht vast te stellen bedrag te boven gaan;

    3. wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van het personeel;

    4. de bij of krachtens deze wet aan Onze Minister uit te brengen rapportages.

  3. Onze Minister kan bepalen dat de directie de voorafgaande instemming behoeft van de raad van toezicht voor een beslissing als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen of dat de directie, ingeval Onze Minister een beslissing als bedoeld in dat artikel aan zijn voorafgaande instemming heeft onderworpen, die beslissing pas aan hem kan voorleggen nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben.

  4. De directie behoeft in elk geval de voorafgaande instemming van de raad van toezicht voor de besluiten betreffende:

    1. de begroting;

    2. de vaststelling van de tarieven, bedoeld in artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, de tarieven die voortvloeien uit artikel 4b, tweede lid, onderdeel a, alsmede van de wijze van betaling van deze tarieven;

    3. het jaarverslag en de jaarrekening;

    4. het bestuursreglement, bedoeld in artikel 4n;

    5. het financiële meerjarenbeleidsplan;

    6. de uitbreiding van de keuringscapaciteit als bedoeld in artikel 78, tweede lid;

    7. het sluiten van overeenkomsten van zwaarwegend belang.

  5. De in het vierde lid, onderdelen e tot en met g genoemde besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

  6. De raad van toezicht kan geen rechtsgeldige besluiten nemen indien niet ten minste de meerderheid van de leden ter vergadering aanwezig is.

  7. De raad van toezicht stelt bij reglement zijn werkwijze vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  8. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De raad van toezicht ziet toe op de werkzaamheden van de directie en staat die met raad terzijde.

  2. Goedkeuring door de raad van toezicht behoeven in ieder geval de besluiten van de directie betreffende:

    1. de reglementen, bedoeld in de artikelen 4o en 4r;

    2. investeringen die een door de raad van toezicht vast te stellen bedrag te boven gaan;

    3. wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van het personeel;

    4. de bij of krachtens deze wet aan Onze Minister uit te brengen rapportages.

  3. Onze Minister kan bepalen dat de directie de voorafgaande instemming behoeft van de raad van toezicht voor een beslissing als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen of dat de directie, ingeval Onze Minister een beslissing als bedoeld in dat artikel aan zijn voorafgaande instemming heeft onderworpen, die beslissing pas aan hem kan voorleggen nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben.

  4. De directie behoeft in elk geval de voorafgaande instemming van de raad van toezicht voor de besluiten betreffende:

    1. de begroting;

    2. de vaststelling van de tarieven, bedoeld in artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, de tarieven die voortvloeien uit artikel 4b, tweede lid, onderdeel a, alsmede van de wijze van betaling van deze tarieven;

    3. het jaarverslag en de jaarrekening;

    4. het bestuursreglement, bedoeld in artikel 4n;

    5. het financiële meerjarenbeleidsplan;

    6. de uitbreiding van de keuringscapaciteit als bedoeld in artikel 78, tweede lid;

    7. het sluiten van overeenkomsten van zwaarwegend belang.

  5. De in het vierde lid, onderdelen e tot en met g genoemde besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

  6. De raad van toezicht kan geen rechtsgeldige besluiten nemen indien niet ten minste de meerderheid van de leden ter vergadering aanwezig is.

  7. De raad van toezicht stelt bij reglement zijn werkwijze vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  8. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994