Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 4aub

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De basiserkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag verleend, indien:

    1. de rechtspersoon of de onderneming van de natuurlijke persoon is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    2. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan twee maanden is overgelegd; en

    3. geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen.

  3. De verklaring omtrent het gedrag die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, is overgelegd, wordt door de Dienst Wegverkeer vijf jaar bewaard.

  4. Met een verklaring omtrent het gedrag wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.

  5. Voordat de Dienst Wegverkeer de verlening van de basiserkenning weigert op grond van het eerste lid, onderdeel c, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. De basiserkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag verleend, indien:

    1. de rechtspersoon of de onderneming van de natuurlijke persoon is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    2. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan twee maanden is overgelegd; en

    3. geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen.

  3. De verklaring omtrent het gedrag die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, is overgelegd, wordt door de Dienst Wegverkeer vijf jaar bewaard.

  4. Met een verklaring omtrent het gedrag wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.

  5. Voordat de Dienst Wegverkeer de verlening van de basiserkenning weigert op grond van het eerste lid, onderdeel c, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994