Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 5a (Opzettelijk gevaarlijk rijgedrag)

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen de volgende gedragingen worden aangemerkt:

    1. onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen;

    2. gevaarlijk inhalen;

    3. negeren van een rood kruis;

    4. over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan;

    5. inhalen voor of op een voetgangersoversteekplaats;

    6. niet verlenen van voorrang;

    7. overschrijden van de krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid;

    8. zeer dicht achter een ander voertuig rijden;

    9. door rood licht rijden;

    10. tegen de verkeersrichting inrijden;

    11. tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden;

    12. niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van deze wet bevoegde personen;

    13. overtreden van andere verkeersregels van soortgelijk belang als die onder a tot en met l genoemd.

  2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt mede in aanmerking genomen de mate waarin de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen de volgende gedragingen worden aangemerkt:

    1. onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen;

    2. gevaarlijk inhalen;

    3. negeren van een rood kruis;

    4. over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan;

    5. inhalen voor of op een voetgangersoversteekplaats;

    6. niet verlenen van voorrang;

    7. overschrijden van de krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid;

    8. zeer dicht achter een ander voertuig rijden;

    9. door rood licht rijden;

    10. tegen de verkeersrichting inrijden;

    11. tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden;

    12. niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van deze wet bevoegde personen;

    13. overtreden van andere verkeersregels van soortgelijk belang als die onder a tot en met l genoemd.

  2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt mede in aanmerking genomen de mate waarin de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994