Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 149

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Van het bepaalde krachtens deze wet kan in de krachtens deze wet aangewezen gevallen overeenkomstig krachtens deze wet vastgestelde regels ontheffing worden verleend:

    1. voor wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister;

    2. voor wegen onder beheer van een provincie door gedeputeerde staten;

    3. voor wegen onder beheer van een waterschap door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur;

    4. voor andere wegen door burgemeester en wethouders of krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie.

  2. In afwijking van het eerste lid kan door het CBR ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld.

  3. Het op grond van het eerste lid tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag kan van de kentekenplicht als bedoeld in artikel 36, eerste lid, ontheffing verlenen voor aanhangwagens die worden gebruikt ten behoeve van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Van het bepaalde krachtens deze wet kan in de krachtens deze wet aangewezen gevallen overeenkomstig krachtens deze wet vastgestelde regels ontheffing worden verleend:

    1. voor wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister;

    2. voor wegen onder beheer van een provincie door gedeputeerde staten;

    3. voor wegen onder beheer van een waterschap door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur;

    4. voor andere wegen door burgemeester en wethouders of krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie.

  2. In afwijking van het eerste lid kan door het CBR ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld.

  3. Het op grond van het eerste lid tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag kan van de kentekenplicht als bedoeld in artikel 36, eerste lid, ontheffing verlenen voor aanhangwagens die worden gebruikt ten behoeve van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994