Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 119

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af:

    1. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs;

    2. bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, bedoelde schorsing van de geldigheid;

    3. bij wijziging van de personalia van de houder;

    4. na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e;

    5. in geval het eerder afgegeven rijbewijs versleten of geheel of ten dele onleesbaar is;

    6. in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan.

  2. Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs.

  3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

  4. Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een nieuw rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het nieuwe rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het nieuwe rijbewijs heeft afgegeven.

  5. Het eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, gelden niet in bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gevallen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 24-04-2021.

Tekst van deze versie

  1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af:

    1. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs;

    2. bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, bedoelde schorsing van de geldigheid;

    3. bij wijziging van de personalia van de houder;

    4. na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e;

    5. in geval het eerder afgegeven rijbewijs versleten of geheel of ten dele onleesbaar is;

    6. in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan.

  2. Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs.

  3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

  4. Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een nieuw rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het nieuwe rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het nieuwe rijbewijs heeft afgegeven.

  5. Het eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, gelden niet in bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gevallen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994