Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 2

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:

    1. het verzekeren van de veiligheid op de weg;

    2. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

    3. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

    4. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

  2. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:

    1. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

    2. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

  3. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:

    1. het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik;

    2. het waarborgen van het op juiste wijze in rekening brengen van tarieven voor het gebruik van de weg;

    3. het gebruik en de waarborging van de juistheid van de registers die ingevolge deze wet worden bijgehouden;

    4. het voorkomen en bestrijden van fraude;

    5. de regeling van positie, inrichting en werkwijze, alsmede het uitoefenen van toezicht op zelfstandige bestuursorganen die taken verrichten op het terrein van deze wet.

  4. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, op het terrein van goedkeuring, op de markt aanbieden, in de handel brengen, registreren en in gebruik nemen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd, in verband met de bescherming van de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang.

  5. De vaststelling van regels bij ministeriële regeling ter uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde geschiedt in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ministers, indien deze regels strekken tot behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede dan wel het derde lid.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 20-05-2022.

Tekst van deze versie

  1. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:

    1. het verzekeren van de veiligheid op de weg;

    2. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

    3. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

    4. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

  2. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:

    1. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

    2. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

  3. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:

    1. het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik;

    2. het waarborgen van het op juiste wijze in rekening brengen van tarieven voor het gebruik van de weg;

    3. het gebruik en de waarborging van de juistheid van de registers die ingevolge deze wet worden bijgehouden;

    4. het voorkomen en bestrijden van fraude;

    5. de regeling van positie, inrichting en werkwijze, alsmede het uitoefenen van toezicht op zelfstandige bestuursorganen die taken verrichten op het terrein van deze wet.

  4. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, op het terrein van goedkeuring, op de markt aanbieden, in de handel brengen, registreren en in gebruik nemen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd, in verband met de bescherming van de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang.

  5. De vaststelling van regels bij ministeriële regeling ter uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde geschiedt in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ministers, indien deze regels strekken tot behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede dan wel het derde lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994