Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 124a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 30-06-2021.
  1. Een overeenkomstig artikel 151g, derde lid, op het rijbewijs vermeld getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing en een in artikel 151g, vierde lid, bedoeld certificaat, kan door de instantie die het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat heeft afgegeven ongeldig worden verklaard indien na afgifte blijkt dat:

    1. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de afgifte bekend zou zijn geweest;

    2. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven.

  2. De ongeldigverklaring van het getuigschrift of certificaat is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is bekend gemaakt.

  3. Zodra de ongeldigverklaring van een getuigschrift of van een certificaat van kracht is geworden, levert de houder van een getuigschrift het rijbewijs in bij de instantie die belast is met de afgifte van rijbewijzen en levert de houder van een certificaat dat document in bij de instantie die het ongeldig heeft verklaard.

  4. Een op het rijbewijs vermeld getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing van een bestuurder, geboren vóór 1 juli 1955, die de basiskwalificatie niet heeft behaald of de nascholing niet met goed gevolg heeft voltooid, is van rechtswege ongeldig. Het derde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. Onverminderd het eerste lid en artikel 151g, vierde lid, verliest het certificaat zijn geldigheid:

    1. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen, of

    2. door het overlijden van de houder.

  6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van bekendmaking van de ongeldigverklaring van een getuigschrift of certificaat, de vernieuwing van rijbewijzen na ongeldigverklaring van het daarop vermelde getuigschrift en omtrent de wijze van inlevering van een ongeldig verklaard certificaat.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-12-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een overeenkomstig artikel 151g, derde lid, op het rijbewijs vermeld getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing en een in artikel 151g, vierde lid, bedoeld certificaat, kan door de instantie die het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat heeft afgegeven ongeldig worden verklaard indien na afgifte blijkt dat:

    1. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de afgifte bekend zou zijn geweest;

    2. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven.

  2. De ongeldigverklaring van het getuigschrift of certificaat is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is bekend gemaakt.

  3. Zodra de ongeldigverklaring van een getuigschrift of van een certificaat van kracht is geworden, levert de houder van een getuigschrift het rijbewijs in bij de instantie die belast is met de afgifte van rijbewijzen en levert de houder van een certificaat dat document in bij de instantie die het ongeldig heeft verklaard.

  4. Een op het rijbewijs vermeld getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing van een bestuurder, geboren vóór 1 juli 1955, die de basiskwalificatie niet heeft behaald of de nascholing niet met goed gevolg heeft voltooid, is van rechtswege ongeldig. Het derde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. Onverminderd het eerste lid en artikel 151g, vierde lid, verliest het certificaat zijn geldigheid:

    1. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen, of

    2. door het overlijden van de houder.

  6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van bekendmaking van de ongeldigverklaring van een getuigschrift of certificaat, de vernieuwing van rijbewijzen na ongeldigverklaring van het daarop vermelde getuigschrift en omtrent de wijze van inlevering van een ongeldig verklaard certificaat.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994