-
De bij besluit van Onze Minister aangewezen personen als bedoeld in artikel 158, eerste lid, zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van verordening (EU) 2019/1020.
-
Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
-
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
-
De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Inhoud
Artikel 158b
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 19-04-2023.
Deze versie geldt vanaf 19-04-2023.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-01-2025
Historisch
19-06-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-06-2023
Historisch
19-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2023
Tekst van deze versie
- DitDe onderdeelbij isbesluit nogvan nietOnze inwerkingMinister getredenaangewezen personen als bedoeld in artikel 158, eerste lid, zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van verordening (EU) 2019/1020.
- Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
- Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
- De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.