Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 20e

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
  1. Onze Minister trekt een aanwijzing in, indien:

    1. degene aan wie de aanwijzing is verleend, daarom verzoekt; of

    2. blijkt dat de aanwijzing ten onrechte is verleend.

  2. Onze Minister kan een aanwijzing schorsen of intrekken indien:

    1. degene aan wie de aanwijzing is verleend een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b, doet of laat doorgaan voor aangewezen, terwijl dat motorrijtuig niet overeenstemt met het type waarvoor de aanwijzing is verleend;

    2. het motorrijtuig waarvoor een aanwijzing is verleend desalniettemin een ernstig gevaar vormt voor de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;

    3. degene aan wie de aanwijzing is verleend, de verplichtingen, bedoeld in artikel 20d, niet nakomt; of

    4. degene aan wie de aanwijzing is verleend, handelt in strijd met één of meer andere uit de aanwijzing voortvloeiende verplichtingen.

  3. Onze Minister kan een aanwijzing schorsen indien de aanwijzing te onrechte lijkt te zijn verleend.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 19-04-2023

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister trekt een aanwijzing in, indien:

    1. degene aan wie de aanwijzing is verleend, daarom verzoekt; of

    2. blijkt dat de aanwijzing ten onrechte is verleend.

  2. Onze Minister kan een aanwijzing schorsen of intrekken indien:

    1. degene aan wie de aanwijzing is verleend een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b, eerste lid, aanhef en onderdeel b, doet of laat doorgaan voor aangewezen, terwijl dat motorrijtuig niet overeenstemt met het type waarvoor de aanwijzing is verleend;
    2. het motorrijtuig waarvoor een aanwijzing is verleend desalniettemin een ernstig gevaar vormt voor de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;

    3. degene aan wie de aanwijzing is verleend, de verplichtingen, bedoeld in artikel 20d, niet nakomt; of

    4. degene aan wie de aanwijzing is verleend, handelt in strijd met één of meer andere uit de aanwijzing voortvloeiende verplichtingen.

  3. Onze Minister kan een aanwijzing schorsen indien de aanwijzing te onrechte lijkt te zijn verleend.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994