Wegenverkeerswet 1994

Inhoud

Artikel 25

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 15-07-2020.
  1. De Dienst Wegverkeer trekt een typegoedkeuring in, indien degene aan wie de goedkeuring is verleend, daarom verzoekt.

  2. De Dienst Wegverkeer kan een typegoedkeuring intrekken, indien:

    1. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, uitrustingstuk of voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers doet of laat doorgaan voor goedgekeurd, terwijl dat voertuig, dat systeem, dat onderdeel, die technische eenheid, dat uitrustingstukken of die voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,

    2. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel 23, tweede lid, niet nakomt,

    3. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of

    4. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De Dienst Wegverkeer trekt een typegoedkeuring in, indien degene aan wie de goedkeuring is verleend, daarom verzoekt.

  2. De Dienst Wegverkeer kan een typegoedkeuring intrekken, indien:

    1. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, uitrustingstuk of voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers doet of laat doorgaan voor goedgekeurd, terwijl dat voertuig, dat systeem, dat onderdeel, die technische eenheid, dat uitrustingstukken of die voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,

    2. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel 23, tweede lid, niet nakomt,

    3. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of

    4. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994