-
Bij het treffen van een voorlopige voorziening bepaalt de voorzieningenrechter een redelijke termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. De voorlopige voorziening verliest haar kracht wanneer een eis in de hoofdzaak niet binnen die termijn is ingesteld en de gedaagde een daartoe strekkende verklaring bij de griffie indient. Is de verklaring ingediend na het verstrijken van de gestelde termijn, dan verliest de voorlopige voorziening haar kracht met de indiening van de verklaring.
-
Heeft de voorzieningenrechter geen termijn als bedoeld in het eerste lid gesteld, dan verliest de voorlopige voorziening haar werking door een verklaring als bedoeld in het eerste lid, wanneer na ten minste 31 dagen, waarvan ten minste 20 werkdagen, geen eis in de hoofdzaak is ingesteld.
-
Bij een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt een afschrift overgelegd van het vonnis. Is daartegen een rechtsmiddel ingesteld, dan wordt dit in de verklaring vermeld. De gedaagde zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van zijn verklaring aan de eiser.
Inhoud
Artikel 1019i
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-05-2023.
Deze versie geldt vanaf 01-05-2023.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
28-12-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
20-01-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
30-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
- Bij het treffen van een voorlopige voorziening bepaalt de voorzieningenrechter een redelijke termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. De voorlopige voorziening verliest haar kracht wanneer een eis in de hoofdzaak niet binnen die termijn is ingesteld en de verweerdergedaagde een daartoe strekkende verklaring bij de griffie indient. Is de verklaring ingediend na het verstrijken van de gestelde termijn, dan verliest de voorlopige voorziening haar kracht met de indiening van de verklaring.
-
Heeft de voorzieningenrechter geen termijn als bedoeld in het eerste lid gesteld, dan verliest de voorlopige voorziening haar werking door een verklaring als bedoeld in het eerste lid, wanneer na ten minste 31 dagen, waarvan ten minste 20 werkdagen, geen eis in de hoofdzaak is ingesteld.
- Bij een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt een afschrift overgelegd van het vonnis. Is daartegen een rechtsmiddel ingesteld, dan wordt dit in de verklaring vermeld. De verweerdergedaagde zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van zijn verklaring aan de eiser.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.