-
Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, is deze titel van toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft.
-
Met een verzoekschrift worden ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 15-03-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van de procedure
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepaling
Tweede afdeling Relatieve bevoegdheid
Derde afdeling Oproeping
Vierde afdeling Verloop van de procedure
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 282a
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
Vierde titel
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 320a
- Artikel 320b
- Artikel 320c
- Artikel 320d
- Artikel 320e
- Artikel 320f
- Artikel 320g
- Artikel 320h
- Artikel 320i
- Artikel 320j
- Artikel 320k
- Artikel 320l
- Artikel 320m
- Artikel 320n
- Artikel 320o
- Artikel 320p
- Artikel 320q
- Artikel 320r
- Artikel 320s
- Artikel 320t
- Artikel 320u
- Artikel 320v
- Artikel 320w
- Artikel 320x
- Artikel 320y
- Artikel 320z
- Artikel 321
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeling Van den termijn van beroep
Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Elfde titel Cassatie
Eerste A afdeling Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Vierde afdeling Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures
Vijfde afdeling Beroep in cassatie in verzoekprocedures
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 442
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475fa
- Artikel 475g
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
- Artikel 514
- Artikel 515
- Artikel 516
- Artikel 517
- Artikel 518
- Artikel 519
- Artikel 520
- Artikel 521
- Artikel 522
- Artikel 523
- Artikel 524
- Artikel 524a
- Artikel 525
- Artikel 526
- Artikel 527
- Artikel 528
- Artikel 529
- Artikel 530
- Artikel 531
- Artikel 532
- Artikel 533
- Artikel 534
- Artikel 535
- Artikel 536
- Artikel 537
- Artikel 537a
- Artikel 537b
- Artikel 537c
- Artikel 537d
- Artikel 537e
- Artikel 537f
- Artikel 537g
- Artikel 537h
- Artikel 537i
- Artikel 537j
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom
Eerste afdeling Lijfsdwang
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
- Artikel 591
- Artikel 592
- Artikel 593
- Artikel 594
- Artikel 595
- Artikel 596
- Artikel 597
- Artikel 598
- Artikel 598a
- Artikel 598b
- Artikel 598c
- Artikel 598d
- Artikel 598e
- Artikel 598f
- Artikel 598g
- Artikel 598h
- Artikel 598i
- Artikel 598j
- Artikel 598k
- Artikel 599
- Artikel 600
- Artikel 601
- Artikel 602
- Artikel 603
- Artikel 604
- Artikel 605
- Artikel 606
- Artikel 607
- Artikel 608
- Artikel 609
- Artikel 610
- Artikel 611
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van rechtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
- Artikel 621
- Artikel 622
- Artikel 623
- Artikel 624
- Artikel 625
- Artikel 626
- Artikel 627
- Artikel 628
- Artikel 629
- Artikel 630
- Artikel 631
- Artikel 632
- Artikel 633
- Artikel 634
- Artikel 635
- Artikel 635a
- Artikel 636
- Artikel 637
- Artikel 638
- Artikel 639
- Artikel 640
- Artikel 641
- Artikel 641a
- Artikel 641b
- Artikel 641c
- Artikel 641d
- Artikel 642
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
- Artikel 643
- Artikel 644
- Artikel 645
- Artikel 646
- Artikel 647
- Artikel 648
- Artikel 649
- Artikel 650
- Artikel 651
- Artikel 652
- Artikel 653
- Artikel 654
- Artikel 655
- Artikel 656
- Artikel 657
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
- Artikel 730
- Artikel 731
- Artikel 732
- Artikel 733
- Artikel 734
- Artikel 734a
- Artikel 734b
- Artikel 734c
- Artikel 734d
- Artikel 735
- Artikel 736
- Artikel 737
- Artikel 738
- Artikel 739
- Artikel 740
- Artikel 741
- Artikel 742
- Artikel 743
- Artikel 744
- Artikel 745
- Artikel 746
- Artikel 747
- Artikel 748
- Artikel 749
- Artikel 750
- Artikel 751
- Artikel 752
- Artikel 753
- Artikel 754
- Artikel 755
- Artikel 756
- Artikel 757
- Artikel 757a
- Artikel 757b
- Artikel 757c
- Artikel 757d
- Artikel 758
- Artikel 759
- Artikel 760
- Artikel 761
- Artikel 762
- Artikel 763
- Artikel 764
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
- Artikel 771
- Artikel 772
- Artikel 773
- Artikel 774
- Artikel 775
- Artikel 776
- Artikel 777
- Artikel 778
- Artikel 779
- Artikel 780
- Artikel 781
- Artikel 782
- Artikel 783
- Artikel 784
- Artikel 785
- Artikel 786
- Artikel 787
- Artikel 788
- Artikel 789
- Artikel 790
- Artikel 791
- Artikel 792
- Artikel 793
- Artikel 794
- Artikel 795
- Artikel 796
- Artikel 797
- Artikel 797a
- Artikel 797b
- Artikel 797c
- Artikel 797d
- Artikel 797e
- Artikel 797f
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
- Artikel 798
- Artikel 799
- Artikel 799a
- Artikel 800
- Artikel 801
- Artikel 802
- Artikel 802a
- Artikel 803
- Artikel 804
- Artikel 805
- Artikel 806
- Artikel 807
- Artikel 808
- Artikel 808a
- Artikel 808b
- Artikel 808c
- Artikel 808d
- Artikel 808e
- Artikel 808f
- Artikel 808g
- Artikel 808h
- Artikel 808i
- Artikel 808j
- Artikel 809
- Artikel 810
- Artikel 810a
- Artikel 811
- Artikel 812
- Artikel 813
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
- Artikel 833
- Artikel 834
- Artikel 835
- Artikel 836
- Artikel 837
- Artikel 838
- Artikel 839
- Artikel 840
- Artikel 841
- Artikel 842
- Artikel 843
- Artikel 843a
- Artikel 843b
Eerste afdeling Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
- Artikel 853
- Artikel 854
- Artikel 855
- Artikel 856
- Artikel 857
- Artikel 858
- Artikel 859
- Artikel 860
- Artikel 861
- Artikel 862
- Artikel 863
- Artikel 864
- Artikel 865
- Artikel 866
- Artikel 867
- Artikel 868
- Artikel 869
- Artikel 870
- Artikel 871
- Artikel 872
- Artikel 873
- Artikel 874
- Artikel 875
- Artikel 876
- Artikel 877
- Artikel 878
- Artikel 879
- Artikel 880
- Artikel 881
- Artikel 882
- Artikel 883
- Artikel 884
- Artikel 885
- Artikel 886
- Artikel 887
- Artikel 888
- Artikel 889
- Artikel 890
- Artikel 891
- Artikel 892
- Artikel 893
- Artikel 894
- Artikel 895
- Artikel 896
- Artikel 897
- Artikel 898
- Artikel 899
- Artikel 899a
- Artikel 899b
- Artikel 899c
- Artikel 899d
- Artikel 899e
- Artikel 899f
- Artikel 900
- Artikel 901
- Artikel 902
- Artikel 902a
- Artikel 902b
- Artikel 903
- Artikel 904
- Artikel 905
- Artikel 906
- Artikel 907
- Artikel 908
- Artikel 908a
- Artikel 908b
- Artikel 909
- Artikel 910
- Artikel 911
- Artikel 912
- Artikel 912a
- Artikel 913
- Artikel 914
- Artikel 915
- Artikel 916
- Artikel 917
- Artikel 918
- Artikel 919
- Artikel 919a
- Artikel 920
- Artikel 921
- Artikel 922
- Artikel 923
- Artikel 924
- Artikel 925
- Artikel 926
- Artikel 927
- Artikel 928
- Artikel 929
- Artikel 929a
- Artikel 930
- Artikel 931
- Artikel 932
- Artikel 933
- Artikel 934
- Artikel 934a
- Artikel 934b
- Artikel 934c
- Artikel 935
- Artikel 936
- Artikel 937
- Artikel 938
- Artikel 939
- Artikel 939a
- Artikel 940
- Artikel 941
- Artikel 942
- Artikel 943
- Artikel 944
- Artikel 945
- Artikel 946
- Artikel 947
- Artikel 948
- Artikel 949
- Artikel 950
- Artikel 951
- Artikel 952
- Artikel 953
- Artikel 954
- Artikel 955
- Artikel 955a
- Artikel 955b
- Artikel 955c
- Artikel 955d
- Artikel 955e
- Artikel 955f
- Artikel 955g
- Artikel 956
- Artikel 956a
- Artikel 957
- Artikel 957a
- Artikel 958
- Artikel 959
- Artikel 960
- Artikel 961
- Artikel 962
- Artikel 963
- Artikel 964
- Artikel 964a
- Artikel 965
- Artikel 966
- Artikel 966a
- Artikel 967
- Artikel 968
- Artikel 968a
- Artikel 968b
- Artikel 968c
- Artikel 968d
- Artikel 969
- Artikel 970
- Artikel 971
- Artikel 972
- Artikel 973
- Artikel 974
- Artikel 975
- Artikel 976
- Artikel 976a
- Artikel 977
- Artikel 978
- Artikel 979
- Artikel 980
- Artikel 981
- Artikel 982
- Artikel 983
- Artikel 984
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Elfde titel Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1041a
- Artikel 1042
- Artikel 1042a
- Artikel 1043
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1045a
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Derde titel
Artikel 262
Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd:
de rechter van de woonplaats van hetzij de verzoeker of één van de verzoekers, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden dan wel, als zodanige woonplaats in Nederland niet bekend is, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen;
indien het verzoek betrekking heeft op een bij dagvaarding ingeleid of in te leiden geding, de rechter die bevoegd is van dat geding kennis te nemen, tenzij het verzoek niet behoort tot diens absolute bevoegdheid.
Artikel 263
In zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van daarin in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden ingeschreven. In zaken als bedoeld in de eerste zin, die betrekking hebben op krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter van de rechtbank Den Haag.
Artikel 264
In zaken betreffende huur van gebouwde onroerende zaken of een gedeelte daarvan is uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
Artikel 265
In zaken betreffende minderjarigen is bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige.
Artikel 266
In zaken betreffende curatele, onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen of mentorschap ten behoeve van meerderjarigen is bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van degene wiens curatele onderscheidenlijk goederen of mentorschap het betreft.
Artikel 267
In zaken van afwezigheid of vermissing is bevoegd de rechter van de verlaten woonplaats van de afwezige of vermiste. Ten aanzien van de vaststelling van overlijden is bevoegd de rechter van de rechtbank Den Haag.
Artikel 268
-
In zaken betreffende nalatenschappen is bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. In afwijking van de eerste zin is in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechthebbende.
-
Van de in artikel 12, vierde lid, tweede volzin, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde beschikking wordt door de griffier afschrift gezonden aan de als uitsluitend bevoegde aangewezen kantonrechter, aan de onder curatele gestelde, de rechthebbende en degene ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld en voorts aan de curator, de mentor en aan ieder der bewindvoerders. Van de beslissing is geen hogere voorziening toegelaten. De kantonrechter die als uitsluitend bevoegde is aangewezen, is aan die aanwijzing gebonden.
Artikel 268a
Artikel 269
Wijzen de artikelen 262 tot en met 268 geen bevoegde rechter aan, dan is de rechter te 's-Gravenhage bevoegd.
Artikel 270
-
Indien de rechter, zonodig ambtshalve, beslist dat niet hij, maar een andere rechter van gelijke rang bevoegd is, verwijst hij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, naar die andere rechter. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie de zaak is verwezen. Verwijzing als bedoeld in dit lid vindt niet plaats indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen.
-
In zaken met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed en ontbinding van een geregistreerd partnerschap en daarmee verband houdende verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening of een nevenvoorziening, vindt een verwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts plaats indien de andere echtgenoot of geregistreerde partner de bevoegdheid betwist.
-
Tegen de beslissing waarbij een betwisting van bevoegdheid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.
Artikel 271
De oproeping van verzoekers of van in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij gewone brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
Artikel 272
De oproeping van niet in de procedure verschenen belanghebbenden van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf onbekend zijn geschiedt door plaatsing van de oproeping in de Staatscourant. De rechter kan bepalen dat de oproeping tevens op andere wijze geschiedt.
De oproeping van overige niet in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
Artikel 273
De oproeping van een rechterlijke autoriteit, het openbaar ministerie of de raad voor de kinderbescherming geschiedt door de griffier bij gewone brief.
Artikel 274
Oproepingen die bij brief geschieden, vermelden de dag van de verzending. Deze vermelding geschiedt niet slechts op de envelop.
Artikel 275
Indien de griffier een bij aangetekende brief verzonden oproeping terug ontvangt en hem blijkt dat de geadresseerde op de dag van verzending of uiterlijk een week nadien in de daartoe bestemde registers ingeschreven stond op het op de oproeping vermelde adres, verzendt hij de oproeping onverwijld bij gewone brief. In de overige gevallen waarin de griffier de oproeping terug ontvangt, verbetert de griffier, indien mogelijk, het op de oproeping vermelde adres en verzendt hij de oproeping opnieuw bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
Artikel 276
-
Oproepingen vermelden de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting. Zij worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór die dag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt.
-
De oproeping bevat tevens de mededeling of voor de indiening van een verweerschrift griffierecht zal worden geheven en dat indien de verweerder het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek betrekt, binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, alsmede een verwijzing naar een vindplaats van de meest recente bijlage behorende bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken waarin de hoogte van de griffierechten staan vermeld. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- 1°
een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel
- 2°
een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet.
- 1°
-
Indien het een zaak betreft waarbij meerdere belanghebbenden zijn betrokken, bevat de oproeping tevens de mededeling dat van belanghebbenden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende verweerschriften indienen, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven.
Artikel 277
-
De oproeping bij brief van verzoekers of belanghebbenden die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar wel een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf in een Staat waar de verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en kennisgeving van stukken) van toepassing is, geschiedt door rechtstreekse verzending overeenkomstig artikel 18 van de verordening. In plaats daarvan mag het gerecht ook een vertaling van de oproeping verzenden in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening. Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van het volgende:
de datum van verzending;
de wijze van verzending;
of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;
de mededeling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar hem moeten worden gezonden.
-
Het gerecht mag de oproeping ook verrichten door verzending daarvan aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening, ter betekening aan degene voor wie de oproeping bestemd is, via het systeem zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening of via alternatieve middelen van verzending in het geval van artikel 5, vierde lid, van de verordening. Indien de oproeping niet is opgesteld in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, verzendt het gerecht ook een vertaling in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening.»
Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van volgende gegevens:
de datum van verzending;
de naam en het adres van de ontvangende instantie;
de wijze van verzending;
in het geval van artikel 5 lid 4 van de verordening, de reden van de verzending met alternatieve middelen;
of een vertaling is meegezonden en, zo ja, in welke taal;
de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de verordening is ingevuld;
de gevraagde wijze van betekening.
Artikel 277a
Een vreemde staat in de zin van artikel 2, eerste lid, onder b, van het te New York gesloten Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van Staten en hun eigendommen van 2 december 2004, (Trb. 2010, 272), wordt opgeroepen bij exploot waarbij het verzoekschrift wordt betekend overeenkomstig artikel 22, eerste en derde lid, van het Verdrag.
Artikel 278
-
Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de overledene of de reden waarom deze vermelding niet mogelijk is. De artikelen 111, derde lid, en 120, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.
-
Het verzoekschrift wordt ondertekend en ter griffie ingediend. Indien de voorzieningenrechter daarop moet beschikken, kan het aan deze ter hand worden gesteld.
-
Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, wordt het verzoekschrift ondertekend door een advocaat. Het kantoor van die advocaat geldt als gekozen woonplaats van de verzoeker.
-
De griffier tekent de dag van indiening of de dag van terhandstelling aan de voorzieningenrechter op het verzoekschrift aan.
Artikel 279
-
De rechter bepaalt, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, onverwijld dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de verzoeker en voor zover nodig van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.
-
De oproepingen, behalve die van de verzoeker, gaan vergezeld van een afschrift van het verzoekschrift, tenzij een oproeping op andere wijze dan bij brief of exploot geschiedt, of de rechter anders bepaalt; in deze gevallen bevat de oproeping een korte omschrijving van het verzoek.
-
De opgeroepene verschijnt ter terechtzitting in persoon of bij een gemachtigde. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, verschijnt de opgeroepene in persoon of bij advocaat. De rechter kan verschijning in persoon bevelen. De opgeroepene die in persoon verschijnt, mag zich laten bijstaan door zijn raadsman. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, is de raadsman een advocaat.
-
Van het verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter voor wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt ondertekend.
-
Indien de behandeling van een zaak wordt aangehouden, blijft een hernieuwde oproeping van diegenen, aan wie de dag en het uur reeds mondeling ter terechtzitting waren medegedeeld, achterwege.
-
De artikelen 87 tot en met 90 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.
Artikel 280
In zaken waarin de indiening van het verzoekschrift niet door een advocaat behoeft te geschieden, zijn de artikelen 80 en 81 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 281
-
Indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan wordt hij in het verzoek niet ontvankelijk verklaard.
-
Tegen een beslissing ingevolge het eerste lid staat geen hogere voorziening open.
Artikel 282
-
Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift indienen. Artikel 278 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat, indien de rechter dit bepaalt, indiening van een verweerschrift in de loop van de behandeling kan geschieden ter terechtzitting onder verstrekking van een afschrift aan de verzoeker en de andere opgeroepen belanghebbenden.
-
Het verweerschrift en de overgelegde bescheiden gaan vergezeld van de nodige afschriften. Tenzij de indiening overeenkomstig het eerste lid ter terechtzitting plaatsvindt, zendt de griffier onverwijld een afschrift toe aan de verzoeker en aan de andere opgeroepen belanghebbenden.
-
De griffier roept, voor zover dat nog niet is geschied, hen die verweerschriften hebben ingediend op tegen de dag van de behandeling.
-
Het verweerschrift mag een zelfstandig verzoek bevatten, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. De rechter kan aan de verzoeker en aan de overige belanghebbenden gelegenheid geven tegen dit zelfstandige verzoek een verweerschrift in te dienen.
Artikel 282a
-
Voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald, houdt de rechter de zaak aan zolang de verzoeker en de belanghebbende het griffierecht niet hebben voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
-
Heeft de verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de verzoeker in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
-
Heeft de belanghebbende het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan betrekt de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
-
De rechter laat het eerste lid, tweede lid, eerste volzin, en derde lid, eerste volzin geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
-
Tegen beslissingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid staat geen hogere voorziening open.
-
Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing in zaken bij de voorzieningenrechter.
Artikel 283
Zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, is de verzoeker bevoegd het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 284
-
De negende afdeling van de tweede titel is van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet.
-
De overeenkomstige toepassing van de artikelen 187 en 191 vindt aldus plaats dat de daarin bedoelde voorschotheffing, tenuitvoerlegging of voorlopige indebetstelling geschiedt ten laste van de belanghebbende die het verzoekschrift heeft ingediend dan wel mede of uitsluitend ten laste van een of meer andere door de rechter aangewezen belanghebbenden.
Artikel 285
-
De rechter kan, indien een verzoekschrift over hetzelfde of een verknocht onderwerp reeds bij een andere rechter is ingediend, de verwijzing naar die andere rechter bevelen. Een verzoek daartoe kan worden gedaan tot de aanvang van de behandeling. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie is verwezen.
-
Indien bij dezelfde rechter meer verzoekschriften over hetzelfde of een verknocht onderwerp zijn ingediend, kan de voeging daarvan worden bevolen. Een verzoek daartoe kan worden gedaan tot het einde van de behandeling.
Artikel 286
De rechter bepaalt na afloop van de behandeling de dag waarop hij uitspraak zal doen en deelt deze dag aan de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden mede. Op verlangen van de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden kan de rechter de uitspraak uitstellen.
Artikel 287
-
Op een beschikking is artikel 230, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
-
Indien het verzoekschrift rechtstreeks aan de voorzieningenrechter ter hand is gesteld en de voorzieningenrechter toewijzend op het verzoek beschikt, is ook artikel 230, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 288
De rechter kan de eindbeschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren, met of zonder zekerheidstelling.
Artikel 289
De eindbeschikking kan tevens een veroordeling in de proceskosten inhouden. Artikel 244 is van toepassing.
Artikel 290
-
De verzoeker en iedere belanghebbende hebben recht op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaal.
-
De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk een afschrift van processen-verbaal aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden.
-
Van de beschikkingen verstrekt de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden. Betreft het een eindbeschikking, dan is het afschrift dat wordt verstrekt aan degene die tot tenuitvoerlegging van de beschikking kan overgaan, opgemaakt in executoriale vorm.
-
De griffier verstrekt desverlangd tweede of verdere in executoriale vorm opgemaakte afschriften van een beschikking aan de belanghebbende die tot tenuitvoerlegging van die beschikking kan overgaan, dan wel aan de rechtverkrijgenden onder algemene titel van deze belanghebbende. Artikel 29, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Elk afschrift dat in executoriale vorm is opgemaakt, wordt gedagtekend.
Artikel 291
De verzending van processtukken en van mededelingen aan de verzoeker en belanghebbenden, geschiedt op de wijze als in de derde afdeling van deze titel voor oproepingen bepaald.