-
Voor het leggen van conservatoir beslag is verlof vereist van de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, dan wel, indien het beslag niet op zaken betrekking heeft, de schuldenaar of degene of een dergenen onder wie het beslag gelegd wordt, woonplaats heeft.
-
Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift waarin de aard van het te leggen beslag en van het door de verzoeker ingeroepen recht en, zo dit recht een geldvordering is, ook het bedrag of, zo dit nog niet vaststaat, het maximum bedrag daarvan, worden vermeld, onverminderd de bijzondere eisen door de wet gesteld voor een beslag van de soort waarom het gaat. De voorzieningenrechter beslist na summier onderzoek. In geval van een geldvordering stelt hij het bedrag vast waarvoor het verlof wordt verleend, met inbegrip van de kosten waarin de schuldenaar zal kunnen worden veroordeeld. Bij het verlof kan de voorzieningenrechter, onverminderd artikel 64, derde lid, tevens verlof verlenen het beslag te leggen op alle dagen en uren. Tegen een krachtens dit lid gegeven verlof is geen hogere voorziening toegelaten.
-
Tenzij op het tijdstip van het verlof reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, wordt het verlof verleend onder voorwaarde dat het instellen daarvan geschiedt binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien de beslaglegger dit voor het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. In het geval van een beslag als bedoeld in artikel 714 of artikel 718 moet de verlenging, om haar werking te hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk zijn medegedeeld aan de in artikel 715 bedoelde vennootschap, onderscheidenlijk de in artikel 718 bedoelde derde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen.
-
Verlof tot het leggen van beslag ten laste van een instelling als bedoeld in artikel 212a, onder a, van de Faillissementswet kan slechts worden verleend nadat de instelling in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, tenzij het beslag uitsluitend op zaken betrekking heeft.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 15-03-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van de procedure
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepaling
Tweede afdeling Relatieve bevoegdheid
Derde afdeling Oproeping
Vierde afdeling Verloop van de procedure
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 282a
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
Vierde titel
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 320a
- Artikel 320b
- Artikel 320c
- Artikel 320d
- Artikel 320e
- Artikel 320f
- Artikel 320g
- Artikel 320h
- Artikel 320i
- Artikel 320j
- Artikel 320k
- Artikel 320l
- Artikel 320m
- Artikel 320n
- Artikel 320o
- Artikel 320p
- Artikel 320q
- Artikel 320r
- Artikel 320s
- Artikel 320t
- Artikel 320u
- Artikel 320v
- Artikel 320w
- Artikel 320x
- Artikel 320y
- Artikel 320z
- Artikel 321
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeling Van den termijn van beroep
Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Elfde titel Cassatie
Eerste A afdeling Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Vierde afdeling Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures
Vijfde afdeling Beroep in cassatie in verzoekprocedures
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 442
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475fa
- Artikel 475g
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
- Artikel 514
- Artikel 515
- Artikel 516
- Artikel 517
- Artikel 518
- Artikel 519
- Artikel 520
- Artikel 521
- Artikel 522
- Artikel 523
- Artikel 524
- Artikel 524a
- Artikel 525
- Artikel 526
- Artikel 527
- Artikel 528
- Artikel 529
- Artikel 530
- Artikel 531
- Artikel 532
- Artikel 533
- Artikel 534
- Artikel 535
- Artikel 536
- Artikel 537
- Artikel 537a
- Artikel 537b
- Artikel 537c
- Artikel 537d
- Artikel 537e
- Artikel 537f
- Artikel 537g
- Artikel 537h
- Artikel 537i
- Artikel 537j
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom
Eerste afdeling Lijfsdwang
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
- Artikel 591
- Artikel 592
- Artikel 593
- Artikel 594
- Artikel 595
- Artikel 596
- Artikel 597
- Artikel 598
- Artikel 598a
- Artikel 598b
- Artikel 598c
- Artikel 598d
- Artikel 598e
- Artikel 598f
- Artikel 598g
- Artikel 598h
- Artikel 598i
- Artikel 598j
- Artikel 598k
- Artikel 599
- Artikel 600
- Artikel 601
- Artikel 602
- Artikel 603
- Artikel 604
- Artikel 605
- Artikel 606
- Artikel 607
- Artikel 608
- Artikel 609
- Artikel 610
- Artikel 611
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van rechtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
- Artikel 621
- Artikel 622
- Artikel 623
- Artikel 624
- Artikel 625
- Artikel 626
- Artikel 627
- Artikel 628
- Artikel 629
- Artikel 630
- Artikel 631
- Artikel 632
- Artikel 633
- Artikel 634
- Artikel 635
- Artikel 635a
- Artikel 636
- Artikel 637
- Artikel 638
- Artikel 639
- Artikel 640
- Artikel 641
- Artikel 641a
- Artikel 641b
- Artikel 641c
- Artikel 641d
- Artikel 642
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
- Artikel 643
- Artikel 644
- Artikel 645
- Artikel 646
- Artikel 647
- Artikel 648
- Artikel 649
- Artikel 650
- Artikel 651
- Artikel 652
- Artikel 653
- Artikel 654
- Artikel 655
- Artikel 656
- Artikel 657
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
- Artikel 730
- Artikel 731
- Artikel 732
- Artikel 733
- Artikel 734
- Artikel 734a
- Artikel 734b
- Artikel 734c
- Artikel 734d
- Artikel 735
- Artikel 736
- Artikel 737
- Artikel 738
- Artikel 739
- Artikel 740
- Artikel 741
- Artikel 742
- Artikel 743
- Artikel 744
- Artikel 745
- Artikel 746
- Artikel 747
- Artikel 748
- Artikel 749
- Artikel 750
- Artikel 751
- Artikel 752
- Artikel 753
- Artikel 754
- Artikel 755
- Artikel 756
- Artikel 757
- Artikel 757a
- Artikel 757b
- Artikel 757c
- Artikel 757d
- Artikel 758
- Artikel 759
- Artikel 760
- Artikel 761
- Artikel 762
- Artikel 763
- Artikel 764
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
- Artikel 771
- Artikel 772
- Artikel 773
- Artikel 774
- Artikel 775
- Artikel 776
- Artikel 777
- Artikel 778
- Artikel 779
- Artikel 780
- Artikel 781
- Artikel 782
- Artikel 783
- Artikel 784
- Artikel 785
- Artikel 786
- Artikel 787
- Artikel 788
- Artikel 789
- Artikel 790
- Artikel 791
- Artikel 792
- Artikel 793
- Artikel 794
- Artikel 795
- Artikel 796
- Artikel 797
- Artikel 797a
- Artikel 797b
- Artikel 797c
- Artikel 797d
- Artikel 797e
- Artikel 797f
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
- Artikel 798
- Artikel 799
- Artikel 799a
- Artikel 800
- Artikel 801
- Artikel 802
- Artikel 802a
- Artikel 803
- Artikel 804
- Artikel 805
- Artikel 806
- Artikel 807
- Artikel 808
- Artikel 808a
- Artikel 808b
- Artikel 808c
- Artikel 808d
- Artikel 808e
- Artikel 808f
- Artikel 808g
- Artikel 808h
- Artikel 808i
- Artikel 808j
- Artikel 809
- Artikel 810
- Artikel 810a
- Artikel 811
- Artikel 812
- Artikel 813
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
- Artikel 833
- Artikel 834
- Artikel 835
- Artikel 836
- Artikel 837
- Artikel 838
- Artikel 839
- Artikel 840
- Artikel 841
- Artikel 842
- Artikel 843
- Artikel 843a
- Artikel 843b
Eerste afdeling Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
- Artikel 853
- Artikel 854
- Artikel 855
- Artikel 856
- Artikel 857
- Artikel 858
- Artikel 859
- Artikel 860
- Artikel 861
- Artikel 862
- Artikel 863
- Artikel 864
- Artikel 865
- Artikel 866
- Artikel 867
- Artikel 868
- Artikel 869
- Artikel 870
- Artikel 871
- Artikel 872
- Artikel 873
- Artikel 874
- Artikel 875
- Artikel 876
- Artikel 877
- Artikel 878
- Artikel 879
- Artikel 880
- Artikel 881
- Artikel 882
- Artikel 883
- Artikel 884
- Artikel 885
- Artikel 886
- Artikel 887
- Artikel 888
- Artikel 889
- Artikel 890
- Artikel 891
- Artikel 892
- Artikel 893
- Artikel 894
- Artikel 895
- Artikel 896
- Artikel 897
- Artikel 898
- Artikel 899
- Artikel 899a
- Artikel 899b
- Artikel 899c
- Artikel 899d
- Artikel 899e
- Artikel 899f
- Artikel 900
- Artikel 901
- Artikel 902
- Artikel 902a
- Artikel 902b
- Artikel 903
- Artikel 904
- Artikel 905
- Artikel 906
- Artikel 907
- Artikel 908
- Artikel 908a
- Artikel 908b
- Artikel 909
- Artikel 910
- Artikel 911
- Artikel 912
- Artikel 912a
- Artikel 913
- Artikel 914
- Artikel 915
- Artikel 916
- Artikel 917
- Artikel 918
- Artikel 919
- Artikel 919a
- Artikel 920
- Artikel 921
- Artikel 922
- Artikel 923
- Artikel 924
- Artikel 925
- Artikel 926
- Artikel 927
- Artikel 928
- Artikel 929
- Artikel 929a
- Artikel 930
- Artikel 931
- Artikel 932
- Artikel 933
- Artikel 934
- Artikel 934a
- Artikel 934b
- Artikel 934c
- Artikel 935
- Artikel 936
- Artikel 937
- Artikel 938
- Artikel 939
- Artikel 939a
- Artikel 940
- Artikel 941
- Artikel 942
- Artikel 943
- Artikel 944
- Artikel 945
- Artikel 946
- Artikel 947
- Artikel 948
- Artikel 949
- Artikel 950
- Artikel 951
- Artikel 952
- Artikel 953
- Artikel 954
- Artikel 955
- Artikel 955a
- Artikel 955b
- Artikel 955c
- Artikel 955d
- Artikel 955e
- Artikel 955f
- Artikel 955g
- Artikel 956
- Artikel 956a
- Artikel 957
- Artikel 957a
- Artikel 958
- Artikel 959
- Artikel 960
- Artikel 961
- Artikel 962
- Artikel 963
- Artikel 964
- Artikel 964a
- Artikel 965
- Artikel 966
- Artikel 966a
- Artikel 967
- Artikel 968
- Artikel 968a
- Artikel 968b
- Artikel 968c
- Artikel 968d
- Artikel 969
- Artikel 970
- Artikel 971
- Artikel 972
- Artikel 973
- Artikel 974
- Artikel 975
- Artikel 976
- Artikel 976a
- Artikel 977
- Artikel 978
- Artikel 979
- Artikel 980
- Artikel 981
- Artikel 982
- Artikel 983
- Artikel 984
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Elfde titel Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1041a
- Artikel 1042
- Artikel 1042a
- Artikel 1043
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1045a
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Vierde titel
Artikel 701
-
De voorzieningenrechter kan het verlof verlenen onder voorwaarde dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld voor schade die door het beslag kan worden veroorzaakt.
-
De zekerheid moet voor of bij de betekening van het beslagexploot aan de beslagene worden aangeboden. Voor het overige is artikel 616 van toepassing.
Artikel 702
-
Tenzij de wet anders bepaalt, wordt een conservatoir beslag gelegd met overeenkomstige toepassing van artikel 441, derde lid, en van de voorschriften, geldende voor het leggen van executoriaal beslag tot verhaal van een geldvordering op een goed van de soort als in beslag genomen wordt. In plaats van de executoriale titel wordt in het beslagexploot het in artikel 700 bedoelde verlof van de voorzieningenrechter vermeld.
-
Dit verlof en het verzoekschrift waarop het is gegeven worden tezamen met het beslagexploot aan de beslagene betekend.
Artikel 703
Het beslag mag niet worden gelegd op goederen bestemd voor de openbare dienst of op goederen die De Nederlandsche Bank N.V. onder zich heeft ten behoeve van een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b, van de Faillissementswet.
Artikel 704
-
Zodra de beslaglegger in de hoofdzaak een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag, mits de verkregen titel aan de beslagene en, zo het beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze is betekend.
-
Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen, en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is, en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 705
-
De voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven kan, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter.
-
De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.
-
Artikel 63, tweede lid, en artikel 438, derde lid, derde zin, vierde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 706
De kosten van het beslag kunnen, al of niet in de hoofdzaak, van de beslagene worden teruggevorderd, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was.
Artikel 707
Hetgeen is bepaald omtrent conservatoir beslag op een goed, is van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een beperkt recht op of een aandeel in een zodanig goed.
Artikel 708
-
Hetgeen is bepaald omtrent conservatoir beslag op een goed van de schuldenaar is van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een goed waarop de schuldeiser zich kan verhalen en dat aan een ander dan de schuldenaar toebehoort. De beslaglegger is in dit geval verplicht het beslag binnen acht dagen aan de schuldenaar te betekenen.
-
Wordt het beslag ten laste van de schuldenaar gelegd, dan is de beslaglegger verplicht het binnen acht dagen aan de ander te betekenen of, zo hij diens recht niet kent, onverwijld nadat hij van dat recht kennis heeft gekregen. Indien de ander, voordat acht dagen na deze betekening zijn verstreken, schriftelijk aan de deurwaarder mededeelt zich tegen het voorgenomen verhaal op zijn goed te verzetten, gaat het beslag jegens hem slechts over in een executoriaal beslag uit hoofde van een tegen hem verkregen executoriale titel om de executie te dulden.
Artikel 709
-
Op verzoek van degene die verlof vraagt tot het leggen van conservatoir beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn, of die op zodanige zaken reeds beslag heeft gelegd, kan de voorzieningenrechter die het verlof geeft of heeft gegeven of in het rechtsgebied van wiens rechtbank zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, bevelen dat zij tevens ter gerechtelijke bewaring zullen worden afgegeven aan een door de voorzieningenrechter aan te wijzen bewaarder.
-
Een overeenkomstig verzoek kan worden gedaan door een pandhouder als bedoeld in artikel 237 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer op de verpande zaak conservatoir of executoriaal beslag is gelegd.
-
De voorzieningenrechter wijst het verzoek niet toe dan na de beslagene en eventuele andere belanghebbenden gelegenheid te hebben gegeven te worden gehoord, tenzij bijzondere omstandigheden eisen dat het bevel terstond wordt gegeven. Tegen het bevel is geen hogere voorziening toegelaten.
-
Artikel 701 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 710
-
Indien over één of meer goederen geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen, kunnen zij op vordering van elk der partijen in kort geding onder bewind worden gesteld door de voorzieningenrechter van de rechtbank in welker rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of waarvoor de hoofdzaak aanhangig is of die naar de gewone regels bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen.
-
Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.
-
Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.
-
De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de voorzieningenrechter anders heeft bepaald.
-
De voorzieningenrechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen de artikelen 433 lid 1, 435, 436 leden 1-3, 437, 438 lid 1, 439, 441 lid 1, eerste zin, en 442-448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een hunner door de voorzieningenrechter worden opgeheven.
Artikel 710a
De indiening van verzoekschriften krachtens de artikelen 700, derde lid, tweede volzin, 709, tweede en derde lid, 715, tweede lid, derde volzin, en 721, tweede volzin, kan ook door een deurwaarder geschieden. Indien een deurwaarder het verzoekschrift indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.
Artikel 711
-
Verlof om conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering te leggen op roerende zaken die geen registergoederen zijn en op rechten aan toonder of order wordt slechts verleend, indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering hetzij door de schuldenaar van zijn goederen hetzij, zo de voor het beslag vatbare goederen aan een ander dan de schuldenaar toebehoren, door deze ander van die goederen.
-
De eis van vrees voor verduistering geldt niet wanneer het verlof wordt verleend aan de houder van een wisselbrief, een orderbiljet of cheque, waarvan de non-betaling door protest of een voor de cheque daarmee gelijk te stellen verklaring is vastgesteld, telkens voor hetgeen deze houder te vorderen heeft van de trekker, de acceptant, de avalist en de endossanten. Ook artikel 701 mist in dit geval toepassing.
-
De vorige leden zijn mede van toepassing op de goederen bedoeld in artikel 474bb. Het in beslag te nemen goed moet in het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift worden omschreven.
Artikel 712
De artikelen 441, eerste lid, 442-445, 447, 448, 451, 453a, 455a, 457 en 461d zijn op de in het vorige artikel bedoelde beslag van overeenkomstige toepassing.
Artikel 713
Wordt het beslag gelegd op een recht aan toonder of order, dan worden de in artikel 474b bedoelde baten geïnd door de bewaarder van het papier en zijn voorts dat artikel en artikel 474ba van overeenkomstige toepassing.
Artikel 714
De bepalingen van de artikelen 474b, tweede lid, 474ba en 711, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering op aandelen op naam en effecten op naam die geen aandelen zijn.
Artikel 715
-
Conservatoir beslag op aandelen op naam in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid wordt gelegd op de wijze en met de gevolgen als bepaald in de artikelen 474c, 474d, 474e en 474f, met dien verstande dat het verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank treedt in de plaats van de executoriale titel.
-
Het beslagexploit houdt in waar de hoofdzaak aanhangig is of binnen welke termijn zij blijkens het verlof ingesteld moet worden. Is nog geen eis in de hoofdzaak ingesteld, dan is de beslaglegger verplicht binnen acht dagen na dit instellen een afschrift van de dagvaarding of, zo de eis op andere wijze is ingesteld, van het stuk waarbij dit geschiedde, aan de vennootschap te betekenen. De voorzieningenrechter kan deze termijn op verzoek van de beslaglegger verlengen, in dier voege dat de verlenging om haar werking te hebben binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn schriftelijk aan de vennootschap moet zijn medegedeeld. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten.
-
De termijn, vermeld in artikel 474g, eerste lid, eindigt eerst één maand na de dag, waarop de in kracht van gewijsde gegane executoriale titel aan de vennootschap is betekend.
Artikel 716
Ten aanzien van de baten uit in beslag genomen aandelen op naam voortvloeiende geldt het beslag als een beslag onder de vennootschap. Van deze baten doet de vennootschap verklaring aan de rechtbank alvorens deze de beschikking bedoeld in artikel 474g geeft. Bij deze beschikking wordt tevens beslist omtrent de deugdelijkheid van deze verklaring, en wordt de afgifte van de baten aan de deurwaarder gelast, mits alle kosten aan de zijde van de vennootschap ter zake van de deugdelijk bevonden verklaring worden vergoed.
Artikel 717
-
De bepalingen van de artikelen 715 en 716 zijn voor zover mogelijk eveneens van toepassing op andere aandelen op naam dan in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en op effecten op naam die geen aandelen zijn.
-
Lidmaatschapsrechten in verenigingen worden als effecten op naam aangemerkt, indien zij voor vervreemding vatbaar zijn.
Artikel 718
Een schuldeiser kan onder derden conservatoir beslag leggen op de in artikel 475 bedoelde goederen.
Artikel 719
-
Onverminderd hetgeen voortvloeit uit artikel 702, moeten op straffe van nietigheid in het beslagexploot worden vermeld het bedrag waarvoor het in artikel 700 bedoelde verlof werd verleend, alsmede waar de hoofdzaak aanhangig is of binnen welke termijn zij blijkens het verlof ingesteld moet worden.
-
Bij het beslagexploot wordt aan de derde tevens een afschrift betekend van het verlof van de voorzieningenrechter en van het verzoekschrift waarop het is gegeven.
Artikel 720
De artikelen 475, derde lid, 475a, 475b tot en met 475i, 476a en 476b, 479 en 479a zijn van overeenkomstige toepassing. In het geval van artikel 475a, vierde lid, moet de vordering waarop het beslag wordt gelegd in het verzoekschrift waarbij verlof van de voorzieningenrechter wordt gevraagd, uitdrukkelijk worden omschreven. Verlof tot het leggen van beslag op een vordering tot een in artikel 475c vermelde periodieke betaling kan slechts worden verleend, nadat de schuldenaar is gehoord of hij de gelegenheid te worden gehoord, ongebruikt heeft laten voorbijgaan.
Artikel 721
De beslaglegger is op straffe van nietigheid van het beslag verplicht om, zo de eis in de hoofdzaak na het beslag wordt ingesteld, binnen acht dagen na dit instellen een afschrift van de dagvaarding of, zo de eis op andere wijze is ingesteld, van het stuk waarbij het is geschied, aan de derde te betekenen. De voorzieningenrechter kan deze termijn op verzoek van de beslaglegger verlengen, in dier voege dat de verlenging om haar werking te hebben binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn schriftelijk aan de derde moet zijn medegedeeld. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten.
Artikel 722
De betekening aan de derde, in het eerste lid van artikel 704 voorgeschreven, dient te geschieden binnen één maand nadat ter zake van de hoofdvordering een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; blijft betekening binnen deze termijn uit, dan zullen de betalingen door de derde gedaan, van waarde zijn.
Artikel 723
De in artikel 477 bedoelde verplichting van de derde en de in 477a bedoelde bevoegdheden van de executant gaan niet in voordat vier weken sedert de in het vorige artikel bedoelde betekening zijn verstreken.
Artikel 724
-
Een schuldeiser kan onder zichzelf beslag leggen op de in artikel 479h bedoelde goederen. Deze goederen moeten in het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift worden omschreven.
-
De artikelen 475a, eerste tot en met derde lid, en 475ab tot en met 475h en 475i, tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
-
De termijn van artikel 479j, eerste lid, begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en aan de schuldenaar is betekend.
Artikel 724a
-
Een schuldeiser kan conservatoir beslag leggen op de rechten die voor de verzekeringnemer voortvloeien uit een sommenverzekering. Voorts kan in de gevallen, bedoeld in artikel 479ka, eerste lid, conservatoir beslag worden gelegd ten laste van degene die tot het ontvangen van een uitkering uit sommenverzekering is aangewezen. De artikelen 479kb, eerste lid, 479kc, 479m, tweede en derde lid, 479o, eerste lid, 479p, eerste lid, eerste volzin, en 479r, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Het beslag wordt onder de verzekeraar gelegd op de wijze en met de gevolgen als in de vierde afdeling is bepaald, tenzij de rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde aan toonder of order zijn gesteld. In het geval, bedoeld aan het slot van de eerste volzin, wordt het beslag gelegd op de wijze en met de gevolgen als in de tweede afdeling is bepaald.
Artikel 725
Indien is voldaan aan de eisen die in artikel 711, eerste en tweede lid, voor het verlof worden gesteld, kan ook verlof verleend worden om beslag te leggen op een of meer bepaald aan te wijzen onroerende zaken.
Artikel 726
-
De artikelen 504a, eerste lid, 505, 506, 507a, 507b en 513a zijn van overeenkomstige toepassing.
-
De termijn van artikel 508 begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en aan de schuldenaar is betekend.
Artikel 727
Indien de eis in de hoofdzaak niet binnen de overeenkomstig artikel 700, derde lid, bepaalde termijn is ingesteld, is de beslaglegger verplicht de inschrijving van het beslag in de openbare registers onverwijld te doen doorhalen op straffe van schadevergoeding.
Artikel 728
-
Tot het geven van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op schepen zijn mede bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen het schip wordt verwacht en de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Artikel 711, eerste lid, is niet van toepassing. Artikel 712 is evenmin van toepassing, tenzij het beslag is gelegd op een schip als bedoeld in artikel 576.
-
In het proces-verbaal van inbeslagneming kan woonplaats worden gekozen ten kantore van de deurwaarder in plaats van bij een notaris. Tevens kan woonplaats worden gekozen in Nederland ten kantore van een advocaat.
Artikel 728a
-
Artikel 708, tweede lid, is niet van toepassing. De artikelen 566, 567 en 513a zijn van overeenkomstige toepassing.
-
De termijn van artikel 508, in verbinding met artikel 568, begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en is betekend aan de schuldenaar jegens wie deze titel luidt.
Artikel 728b
Indien het beslag is gelegd op een schip dat te boek staat in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de eis in hoofdzaak niet binnen de overeenkomstig artikel 700, derde lid, bepaalde termijn is ingesteld, is de beslaglegger verplicht de waardeloosheid van de inschrijving van het beslag onverwijld te doen inschrijven op straffe van schadevergoeding.
Artikel 729
-
Deze afdeling geldt uitsluitend voor in het in de openbare registers te boek staande luchtvaartuigen en voor luchtvaartuigen van de nationaliteit van een vreemde staat, ten aanzien van welke het op 29 mei 1933 te Rome gesloten verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige bepalingen inzake conservatoir beslag op luchtvaartuigen van kracht is.
-
De in artikel 1300 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen begripsomschrijvingen gelden ook voor de onderhavige afdeling.
Artikel 729a
-
Voor beslag zijn niet vatbaar:
luchtvaartuigen, welke bij uitsluiting zijn bestemd voor den dienst van een vreemde Staat, postvervoer daaronder begrepen, doch met uitsluiting van handelsvervoer;
luchtvaartuigen, welke daadwerkelijk in dienst zijn gesteld op een geregelde luchtlijn van openbaar vervoer en de daarvoor onontbeerlijke reserveluchtvaartuigen;
elk ander luchtvaartuig, dat dient voor het vervoer van personen of zaken tegen betaling, wanneer het gereed staat voor zulk een vervoer te vertrekken; behalve in geval het beslag wordt gelegd voor een schuld, aangegaan ten behoeve van de reis, welke het luchtvaartuig op het punt staat te ondernemen of voor een vordering, welke tijdens de reis is ontstaan.
-
Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van beslag, hetwelk wordt gelegd ter zake van terugvordering van een ontvreemd luchtvaartuig.
Artikel 729b
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 729a mag geen beslag op een luchtvaartuig worden gelegd, indien ter voorkoming daarvan voldoende zekerheid is gesteld. Onmiddellijke opheffing van gelegd beslag zal worden gelast, wanneer voldoende zekerheid wordt gesteld.
-
De zekerheid is voldoende, indien zij het bedrag van de schuldvordering en de kosten dekt en uitsluitend is bestemd voor de betaling van de schuldeiser, of indien zij de waarde van het luchtvaartuig dekt, ingeval deze geringer is dan het bedrag van de schuld en de kosten.
-
Wanneer bij het aanbieden van zekerheid ter voorkoming van beslag geschil ontstaat over het bedrag of de aard van de te stellen zekerheid, beslist de voorzieningenrechter van de rechtbank, binnen welker gebied het luchtvaartuig zich bevindt, op verzoek van de meest gerede partij, na verhoor of behoorlijke oproeping.
Artikel 729c
-
Wanneer in strijd met de overige artikelen van deze afdeling of zonder goede grond beslag op een luchtvaartuig is gelegd, is de beslaglegger gehouden de daardoor ontstane schade te vergoeden.
-
Het eerste lid is mede van toepassing, wanneer de schuldenaar zekerheid heeft moeten stellen om een beslag te voorkomen dat, ware het gelegd, in strijd met de vorige artikelen of zonder goede grond zijn geweest.
Artikel 729d
-
Tot het geven van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op luchtvaartuigen is mede bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het luchtvaartuig wordt verwacht. De artikelen 711, eerste lid, en 712 zijn niet van toepassing.
-
Artikel 708, tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing. De artikelen 584c-584e en 513a zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Indien het beslag is gelegd op een in het register teboekstaand luchtvaartuig en de eis in de hoofdzaak niet binnen de overeenkomstig artikel 700, derde lid, bepaalde termijn is ingesteld, is de beslaglegger verplicht de inschrijving van het beslag in de openbare registers onverwijld te doen doorhalen op straffe van schadevergoeding.
Artikel 729e
Indien terzake van de hoofdvordering een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, gaat de beslaglegger tot executie over overeenkomstig artikel 584f.
Artikel 730
Ieder die recht heeft op afgifte van een roerende zaak of levering van een goed of die zodanig recht door een rechterlijke uitspraak tot vernietiging of ontbinding kan verkrijgen, kan deze zaak of dit goed ter bewaring van dit recht in beslag nemen.
Artikel 731
Betreft het recht op afgifte een of meer naar de soort bepaalde zaken, dan zal de deurwaarder een aan dat recht beantwoordende hoeveelheid zaken van die soort in beslag nemen, uit te kiezen door de deurwaarder, tenzij de beslagene tijdig een redelijke andere keuze doet.
Artikel 732
Betreft het recht op afgifte te velde staande vruchten of beplantingen van een onroerende zaak, dan kan uit dien hoofde beslag worden gelegd overeenkomstig artikel 494. In dat geval worden de in artikel 451 aan de kantonrechter toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de voorzieningenrechter van de rechtbank, indien dit bij het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift wordt verzocht.
Artikel 733
-
Hij die verdeling van een gemeenschap kan vorderen, kan de daartoe behorende goederen in beslag nemen, voor zover zij in het bijzonder in aanmerking komen om aan hem of aan de deelgenoot voor wiens aandeel hij optreedt, te worden toegedeeld.
-
Het beslag vervalt, naarmate de goederen aan een ander worden toegedeeld.
Artikel 734
-
Op een beslag als bedoeld in deze afdeling zijn de voorschriften betreffende conservatoir beslag tot verhaal van geldvorderingen van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover dit zou leiden tot toepasselijkheid van de artikelen 447, 448 en 505, derde lid.
-
In geval van overeenkomstige toepassing van artikel 444b treedt de waarde van het in beslag te nemen goed in de plaats van het bedrag van de vordering waarvoor beslag is gelegd.
-
Artikel 474b is slechts van overeenkomstige toepassing ingeval uit hoofde van het recht waarvoor het beslag is gelegd, tevens recht op de in dat artikel bedoelde baten bestaat.
-
In het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift wordt het in beslag te nemen goed omschreven. Vrees voor verduistering behoeft niet te worden gesteld.
Artikel 734a
Artikel 734b
Artikel 734c
Artikel 734d
Artikel 735
-
Een beslag als bedoeld in de voorgaande artikelen, gelegd ter verkrijging van levering van een goed, blijft van kracht totdat hetzij de levering heeft plaatsgevonden, hetzij zes maanden zijn verstreken, nadat in de hoofdzaak een beslissing is verkregen die een executoriale titel oplevert en die in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Een beslag als bedoeld in de voorgaande artikelen van deze afdeling op een roerende zaak die geen registergoed is, gaat krachtens artikel 704, eerste lid, over in een executoriaal beslag als bedoeld in artikel 492, indien de door de beslaglegger verkregen executoriale titel tot afgifte strekt.
Artikel 736
-
Bij samenloop van een beslag als bedoeld in de onderhavige afdeling met een ander beslag, al of niet van dezelfde aard, kan de meest gerede partij zich tot de rechter wenden, al naar de aard van het andere beslag overeenkomstig artikel 438 of overeenkomstig artikel 705.
-
Wordt op een goed zowel beslag gelegd als bedoeld in de voorgaande artikelen van de onderhavige afdeling als tot verhaal van een geldvordering, dan geldt eerstgenoemd beslag zo nodig tevens als een conservatoir beslag, gelegd tot verhaal van de vordering tot vervangende schadevergoeding wegens uitblijven van afgifte of levering.
-
Een beslag tot verhaal van een vordering tot vervangende schadevergoeding wegens het uitblijven van afgifte of levering kan niet tegen de legger van een beslag tot verkrijging van afgifte of levering van dezelfde zaak of hetzelfde goed worden ingeroepen, indien deze andere goederen van de beslagene aanwijst die voor de vordering voldoende verhaal bieden.
Artikel 737
-
Een beslag als bedoeld in deze afdeling kan mede worden gelegd door een schuldeiser die door een rechterlijke uitspraak tot vernietiging op grond van artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de bevoegdheid kan verkrijgen zich op het goed te verhalen.
-
Is de vernietiging uitgesproken, dan gaat het beslag over in een conservatoir beslag op het goed tot verhaal van zijn vordering of, als te dier zake is voldaan aan de eisen van artikel 704, eerste lid, in een overeenkomstig executoriaal beslag.
Artikel 738
Artikel 739
Artikel 740
Artikel 741
Artikel 742
Artikel 743
Artikel 744
Artikel 745
Artikel 746
Artikel 747
Artikel 748
Artikel 749
Artikel 750
Artikel 751
Artikel 752
Artikel 753
Artikel 754
Artikel 755
Artikel 756
Artikel 757
Artikel 757a
Artikel 757b
Artikel 757c
Artikel 757d
Artikel 758
Artikel 759
Artikel 760
Artikel 761
Artikel 762
Artikel 763
Artikel 764
Artikel 765
Indien de schuldenaar geen bekende woonplaats in Nederland heeft, kan in Nederland overeenkomstig de voorgaande afdelingen van deze titel beslag worden gelegd, zonder dat vrees voor verduistering behoeft te worden aangetoond.
Artikel 766
De beslaglegger is van rechtswege bewaarder van de in beslag genomen zaken, in geval deze zich onder hem bevinden; zo niet, dan kan daarover naar de regels betreffende executoriaal beslag een gerechtelijke bewaarder worden aangesteld.
Artikel 767
Bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen kan de eis in de hoofdzaak, de vordering ter zake van de beslagkosten daaronder begrepen, worden ingesteld voor de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde of het tegen zekerheidstelling voorkomen of opgeheven beslag heeft verleend. In geval van verlof tot beslag onder een derde geldt dit alleen indien het goed waarop beslag zal worden gelegd in het verzoekschrift uitdrukkelijk is omschreven.
Artikel 768
-
Indien echtgenoten of gewezen echtgenoten dan wel geregistreerde partners of vroegere geregistreerde partners gehuwd onderscheidenlijk als partners geregistreerd zijn of waren in een gemeenschap van goederen, kan ieder van hen de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken hem verlof te verlenen tot verzegeling, boedelbeschrijving en waardering van goederen der gemeenschap alsmede tot het leggen van conservatoir beslag op goederen der gemeenschap.
-
Indien nog geen verzoek tot opheffing van de gemeenschap, tot echtscheiding, tot scheiding van tafel en bed of tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is gedaan, is de in artikel 700 aangewezen voorzieningenrechter bevoegd. Is een zodanig verzoek reeds gedaan, dan is bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank waarbij dat verzoek aanhangig is of laatstelijk was.
-
Tot het leggen van conservatoir beslag verleent de voorzieningenrechter slechts verlof indien de verzoeker aantoont dat er gegronde vrees voor verduistering van de goederen der gemeenschap bestaat.
-
Tegen een verlof als bedoeld in het eerste lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Artikel 769
-
Op het beslag zijn de bepalingen betreffende conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat geen vermelding van een bedrag wordt vereist en dat als hoofdzaak geldt het verzoek tot opheffing van de gemeenschap respectievelijk tot echtscheiding, tot scheiding van tafel en bed of tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, alles behoudens voor zover daarvan in de volgende artikelen niet wordt afgeweken.
-
Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 444b treedt de waarde van het in beslag te nemen goed in de plaats van het bedrag van de vordering waarvoor het beslag wordt gelegd.
Artikel 770
-
Indien het beslag is gelegd onder een derde, is deze verplicht verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. De artikelen 475-477a zijn van overeenkomstige toepassing.
-
De derde voldoet op verlangen van de deurwaarder aan zijn verplichtingen tot voldoening, afgifte of terbeschikkingstelling van de uit te keren gelden, zaken of goederen, naar gelang dit voor de afwikkeling van de verdeling van de gemeenschap nodig is.
Artikel 770a
-
In geval van een beslag op een onroerende zaak is artikel 505, derde lid, niet van toepassing.
-
In geval van een beslag op een roerende zaak die geen registergoed is, zijn de artikelen 441, derde lid, 447 en 448 niet van toepassing.
Artikel 770b
-
Bij toewijzing van het verzoek tot opheffing van de gemeenschap respectievelijk tot echtscheiding, tot scheiding van tafel en bed of tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, vervalt het beslag zodra de goederen aan de andere echtgenoot of geregistreerde partner worden toegedeeld of krachtens de verdeling aan de beslaglegger geleverd.
-
Het beslag vervalt eveneens zodra een verzoek als bedoeld in lid 1 wordt ingetrokken.
-
De artikelen 704, eerste lid, 715, derde lid, 722, 723 en 724, derde lid, zijn niet van toepassing.
Artikel 770c
Een eventueel overschot van een executie wordt door de deurwaarder, notaris of pandhouder onverwijld gestort bij een bewaarder als bedoeld in artikel 445 ten behoeve van de echtgenoot of geregistreerde partner aan wie dit overschot wordt toegedeeld.