Indien ten aanzien van een partij, met toepassing van het derde lid van artikel 191, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, beslist de rechter met overeenkomstige toepassing van artikel 244, tweede lid, welk deel van dit bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier.
Inhoud
Artikel 248
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
28-12-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
20-01-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
30-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
Indien ten aanzien van een partij, met toepassing van het derde lid van artikel 191, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, beslist de rechter met overeenkomstige toepassing van artikel 244, tweede lid, welk deel van dit bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.