Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de termijn voor het hoger beroep, kan het beroep door haar erfgenamen of rechtverkrijgenden nog worden ingesteld binnen drie maanden na het overlijden, of binnen een maand na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
Inhoud
Artikel 341
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
28-12-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
20-01-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
30-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de termijn voor het hoger beroep, kan het beroep door haar erfgenamen of rechtverkrijgenden nog worden ingesteld binnen drie maanden na het overlijden, of binnen een maand na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
19-06-2015
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.