Onverminderd het omtrent rechtsmacht in verdragen en EG-verordeningen bepaalde en onverminderd artikel 13a van de Wet algemene bepalingen wordt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beheerst door de volgende bepalingen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 15-03-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van de procedure
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepaling
Tweede afdeling Relatieve bevoegdheid
Derde afdeling Oproeping
Vierde afdeling Verloop van de procedure
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
- Artikel 282
- Artikel 282a
- Artikel 283
- Artikel 284
- Artikel 285
- Artikel 286
- Artikel 287
- Artikel 288
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
Vierde titel
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 320a
- Artikel 320b
- Artikel 320c
- Artikel 320d
- Artikel 320e
- Artikel 320f
- Artikel 320g
- Artikel 320h
- Artikel 320i
- Artikel 320j
- Artikel 320k
- Artikel 320l
- Artikel 320m
- Artikel 320n
- Artikel 320o
- Artikel 320p
- Artikel 320q
- Artikel 320r
- Artikel 320s
- Artikel 320t
- Artikel 320u
- Artikel 320v
- Artikel 320w
- Artikel 320x
- Artikel 320y
- Artikel 320z
- Artikel 321
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeling Van den termijn van beroep
Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Elfde titel Cassatie
Eerste A afdeling Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Vierde afdeling Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures
Vijfde afdeling Beroep in cassatie in verzoekprocedures
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 442
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475fa
- Artikel 475g
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
- Artikel 514
- Artikel 515
- Artikel 516
- Artikel 517
- Artikel 518
- Artikel 519
- Artikel 520
- Artikel 521
- Artikel 522
- Artikel 523
- Artikel 524
- Artikel 524a
- Artikel 525
- Artikel 526
- Artikel 527
- Artikel 528
- Artikel 529
- Artikel 530
- Artikel 531
- Artikel 532
- Artikel 533
- Artikel 534
- Artikel 535
- Artikel 536
- Artikel 537
- Artikel 537a
- Artikel 537b
- Artikel 537c
- Artikel 537d
- Artikel 537e
- Artikel 537f
- Artikel 537g
- Artikel 537h
- Artikel 537i
- Artikel 537j
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom
Eerste afdeling Lijfsdwang
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
- Artikel 591
- Artikel 592
- Artikel 593
- Artikel 594
- Artikel 595
- Artikel 596
- Artikel 597
- Artikel 598
- Artikel 598a
- Artikel 598b
- Artikel 598c
- Artikel 598d
- Artikel 598e
- Artikel 598f
- Artikel 598g
- Artikel 598h
- Artikel 598i
- Artikel 598j
- Artikel 598k
- Artikel 599
- Artikel 600
- Artikel 601
- Artikel 602
- Artikel 603
- Artikel 604
- Artikel 605
- Artikel 606
- Artikel 607
- Artikel 608
- Artikel 609
- Artikel 610
- Artikel 611
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van rechtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
- Artikel 621
- Artikel 622
- Artikel 623
- Artikel 624
- Artikel 625
- Artikel 626
- Artikel 627
- Artikel 628
- Artikel 629
- Artikel 630
- Artikel 631
- Artikel 632
- Artikel 633
- Artikel 634
- Artikel 635
- Artikel 635a
- Artikel 636
- Artikel 637
- Artikel 638
- Artikel 639
- Artikel 640
- Artikel 641
- Artikel 641a
- Artikel 641b
- Artikel 641c
- Artikel 641d
- Artikel 642
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
- Artikel 643
- Artikel 644
- Artikel 645
- Artikel 646
- Artikel 647
- Artikel 648
- Artikel 649
- Artikel 650
- Artikel 651
- Artikel 652
- Artikel 653
- Artikel 654
- Artikel 655
- Artikel 656
- Artikel 657
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
- Artikel 730
- Artikel 731
- Artikel 732
- Artikel 733
- Artikel 734
- Artikel 734a
- Artikel 734b
- Artikel 734c
- Artikel 734d
- Artikel 735
- Artikel 736
- Artikel 737
- Artikel 738
- Artikel 739
- Artikel 740
- Artikel 741
- Artikel 742
- Artikel 743
- Artikel 744
- Artikel 745
- Artikel 746
- Artikel 747
- Artikel 748
- Artikel 749
- Artikel 750
- Artikel 751
- Artikel 752
- Artikel 753
- Artikel 754
- Artikel 755
- Artikel 756
- Artikel 757
- Artikel 757a
- Artikel 757b
- Artikel 757c
- Artikel 757d
- Artikel 758
- Artikel 759
- Artikel 760
- Artikel 761
- Artikel 762
- Artikel 763
- Artikel 764
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
- Artikel 771
- Artikel 772
- Artikel 773
- Artikel 774
- Artikel 775
- Artikel 776
- Artikel 777
- Artikel 778
- Artikel 779
- Artikel 780
- Artikel 781
- Artikel 782
- Artikel 783
- Artikel 784
- Artikel 785
- Artikel 786
- Artikel 787
- Artikel 788
- Artikel 789
- Artikel 790
- Artikel 791
- Artikel 792
- Artikel 793
- Artikel 794
- Artikel 795
- Artikel 796
- Artikel 797
- Artikel 797a
- Artikel 797b
- Artikel 797c
- Artikel 797d
- Artikel 797e
- Artikel 797f
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
- Artikel 798
- Artikel 799
- Artikel 799a
- Artikel 800
- Artikel 801
- Artikel 802
- Artikel 802a
- Artikel 803
- Artikel 804
- Artikel 805
- Artikel 806
- Artikel 807
- Artikel 808
- Artikel 808a
- Artikel 808b
- Artikel 808c
- Artikel 808d
- Artikel 808e
- Artikel 808f
- Artikel 808g
- Artikel 808h
- Artikel 808i
- Artikel 808j
- Artikel 809
- Artikel 810
- Artikel 810a
- Artikel 811
- Artikel 812
- Artikel 813
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
- Artikel 833
- Artikel 834
- Artikel 835
- Artikel 836
- Artikel 837
- Artikel 838
- Artikel 839
- Artikel 840
- Artikel 841
- Artikel 842
- Artikel 843
- Artikel 843a
- Artikel 843b
Eerste afdeling Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
- Artikel 853
- Artikel 854
- Artikel 855
- Artikel 856
- Artikel 857
- Artikel 858
- Artikel 859
- Artikel 860
- Artikel 861
- Artikel 862
- Artikel 863
- Artikel 864
- Artikel 865
- Artikel 866
- Artikel 867
- Artikel 868
- Artikel 869
- Artikel 870
- Artikel 871
- Artikel 872
- Artikel 873
- Artikel 874
- Artikel 875
- Artikel 876
- Artikel 877
- Artikel 878
- Artikel 879
- Artikel 880
- Artikel 881
- Artikel 882
- Artikel 883
- Artikel 884
- Artikel 885
- Artikel 886
- Artikel 887
- Artikel 888
- Artikel 889
- Artikel 890
- Artikel 891
- Artikel 892
- Artikel 893
- Artikel 894
- Artikel 895
- Artikel 896
- Artikel 897
- Artikel 898
- Artikel 899
- Artikel 899a
- Artikel 899b
- Artikel 899c
- Artikel 899d
- Artikel 899e
- Artikel 899f
- Artikel 900
- Artikel 901
- Artikel 902
- Artikel 902a
- Artikel 902b
- Artikel 903
- Artikel 904
- Artikel 905
- Artikel 906
- Artikel 907
- Artikel 908
- Artikel 908a
- Artikel 908b
- Artikel 909
- Artikel 910
- Artikel 911
- Artikel 912
- Artikel 912a
- Artikel 913
- Artikel 914
- Artikel 915
- Artikel 916
- Artikel 917
- Artikel 918
- Artikel 919
- Artikel 919a
- Artikel 920
- Artikel 921
- Artikel 922
- Artikel 923
- Artikel 924
- Artikel 925
- Artikel 926
- Artikel 927
- Artikel 928
- Artikel 929
- Artikel 929a
- Artikel 930
- Artikel 931
- Artikel 932
- Artikel 933
- Artikel 934
- Artikel 934a
- Artikel 934b
- Artikel 934c
- Artikel 935
- Artikel 936
- Artikel 937
- Artikel 938
- Artikel 939
- Artikel 939a
- Artikel 940
- Artikel 941
- Artikel 942
- Artikel 943
- Artikel 944
- Artikel 945
- Artikel 946
- Artikel 947
- Artikel 948
- Artikel 949
- Artikel 950
- Artikel 951
- Artikel 952
- Artikel 953
- Artikel 954
- Artikel 955
- Artikel 955a
- Artikel 955b
- Artikel 955c
- Artikel 955d
- Artikel 955e
- Artikel 955f
- Artikel 955g
- Artikel 956
- Artikel 956a
- Artikel 957
- Artikel 957a
- Artikel 958
- Artikel 959
- Artikel 960
- Artikel 961
- Artikel 962
- Artikel 963
- Artikel 964
- Artikel 964a
- Artikel 965
- Artikel 966
- Artikel 966a
- Artikel 967
- Artikel 968
- Artikel 968a
- Artikel 968b
- Artikel 968c
- Artikel 968d
- Artikel 969
- Artikel 970
- Artikel 971
- Artikel 972
- Artikel 973
- Artikel 974
- Artikel 975
- Artikel 976
- Artikel 976a
- Artikel 977
- Artikel 978
- Artikel 979
- Artikel 980
- Artikel 981
- Artikel 982
- Artikel 983
- Artikel 984
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Elfde titel Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1041a
- Artikel 1042
- Artikel 1042a
- Artikel 1043
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1045a
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Eerste afdeling
Artikel 2
In zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht indien de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.
Artikel 3
In zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid, met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht indien:
hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft,
het verzoek betrekking heeft op een bij dagvaarding ingeleid of in te leiden geding ten aanzien waarvan de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, of
de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is.
Artikel 4
-
Indien de Verordening (EU) nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (PbEU L178) niet van toepassing is, wordt de rechtsmacht van de rechter met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigverklaring, alsmede nietigheid en geldigheid van het huwelijk uitsluitend bepaald overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 5 van deze verordening.
-
Heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigheid, nietigverklaring of geldigheid van huwelijken, dan heeft hij, voorzover de in het eerste lid genoemde verordening daarop niet van toepassing is en onverminderd artikel 1, tevens rechtsmacht tot het treffen van voorlopige en bewarende maatregelen voorzover die verband houden met echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigverklaring, alsmede nietigheid en geldigheid van huwelijken.
-
Heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigheid, nietigverklaring of geldigheid van huwelijken, dan heeft hij, voorzover de in het eerste lid genoemde verordening daarop niet van toepassing is en onverminderd artikel 1, tevens rechtsmacht ter zake van daarmee verband houdende nevenvoorzieningen, met dien verstande
dat met betrekking tot de voorzieningen als bedoeld in artikel 827, eerste lid, onder d en f, de Nederlandse rechter uitsluitend rechtsmacht heeft als de woning in Nederland is gelegen, en
dat met betrekking tot verzoeken tot regeling van het gezag en het omgangsrecht de Nederlandse rechter zich onbevoegd verklaart indien hij zich, wegens de geringe verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, niet in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.
-
Met betrekking tot het geregistreerd partnerschap zijn het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Nederlandse rechter steeds rechtsmacht heeft indien het geregistreerd partnerschap in Nederland is aangegaan.
Artikel 5
Onverminderd artikel 1 heeft de Nederlandse rechter in zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid geen rechtsmacht indien het kind zijn gewone verblijfplaats niet in Nederland heeft, tenzij hij zich in een uitzonderlijk geval, wegens de verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.
Artikel 6
De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende:
verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;
een individuele arbeidsovereenkomst of een agentuurovereenkomst, indien de arbeid gewoonlijk in Nederland of op een Nederlands zeeschip als bedoeld in artikel 695 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt verricht of laatstelijk gewoonlijk werd verricht;
een individuele arbeidsovereenkomst, indien de arbeid tijdelijk in Nederland wordt verricht, voorzover het betreft een rechtsvordering met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, welke is gegrond op artikel 2 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, artikel 7, 7a, 13 of 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, artikel 8, artikel 8a of 11 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, alsmede artikel 5, eerste lid, onder b, d, e, of f, van de Algemene wet gelijke behandeling;
een overeenkomst die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, indien die natuurlijke persoon in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft en de partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf aldaar commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt;
verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen;
zakelijke rechten op, alsmede huur en verhuur, pacht en verpachting van in Nederland gelegen onroerende zaken;
nalatenschappen, indien de erflater zijn laatste woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had;
de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van in Nederland gevestigde vennootschappen of rechtspersonen; de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen, dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig;
faillissement, surséance van betaling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen indien het faillissement, de surséance van betaling of de toepassing van de schuldsaneringsregeling in Nederland is uitgesproken of verleend.
Artikel 6a
Voor de toepassing van artikel 6, onderdeel a, is, tenzij anders is overeengekomen, de plaats van uitvoering in Nederland gelegen:
voor de koop en verkoop van roerende zaken, indien de zaken volgens de overeenkomst in Nederland geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;
voor de verstrekking van diensten, indien de diensten volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden.
Artikel 7
-
Indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter ten aanzien van een van de gedaagden rechtsmacht heeft, komt hem deze ook toe ten aanzien van in hetzelfde geding betrokken andere gedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.
-
Indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, komt hem deze ook toe ten aanzien van een vordering in reconventie en ten aanzien van een vordering tot vrijwaring, voeging of tussenkomst, tenzij tussen deze vorderingen en de oorspronkelijke vordering onvoldoende samenhang bestaat.
Artikel 8
-
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, bij overeenkomst een Nederlandse rechter of de Nederlandse rechter hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van die rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is.
-
De Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, bij overeenkomst een rechter of de rechter van een vreemde staat bij uitsluiting hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van die rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan.
-
Een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid laat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter onverlet indien de zaak een individuele arbeidsovereenkomst betreft of een overeenkomst als bedoeld in artikel 6, onder d.
-
Het derde lid vindt geen toepassing indien:
de in het tweede lid bedoelde overeenkomst is aangegaan na het ontstaan van het geschil, of
de werknemer, of de partij die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, zich op de overeenkomst beroept om zich tot de rechter van een vreemde staat te wenden.
-
Een overeenkomst als bedoeld in het eerste of het tweede lid wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die een dergelijk beding bevatten, mits dat geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.
-
Een overeenkomst als bedoeld in het eerste of het tweede lid dient als een afzonderlijke overeenkomst te worden beschouwd en beoordeeld. De aangewezen rechter is bevoegd te oordelen over de rechtsgeldigheid van de hoofdovereenkomst waarvan een overeenkomst als bedoeld in het eerste of het tweede lid deel uitmaakt of waarop zij betrekking heeft.
Artikel 9
Komt de Nederlandse rechter niet op grond van de artikelen 2 tot en met 8 rechtsmacht toe, dan heeft hij niettemin rechtsmacht indien:
het een rechtsbetrekking betreft die ter vrije bepaling van partijen staat en de gedaagde of belanghebbende in de procedure is verschenen niet uitsluitend of mede met het doel de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te betwisten, tenzij voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter geen redelijk belang aanwezig is,
een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt, of
een zaak die bij dagvaarding moet worden ingeleid voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is en het onaanvaardbaar is van de eiser te vergen dat hij de zaak aan het oordeel van een rechter van een vreemde staat onderwerpt.
Artikel 10
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht in het geval, bedoeld in artikel 767, alsmede indien dit voortvloeit uit andere wettelijke bepalingen tot aanwijzing van een bevoegde rechter dan die vervat in de derde afdeling van de tweede titel en de tweede afdeling van de derde titel.
Artikel 11
Het verweer dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, wordt in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid op straffe van verval van het recht daartoe gevoerd vóór alle weren ten gronde.
Artikel 12
Indien een zaak voor een rechter van een vreemde staat aanhangig is gemaakt en daarin een beslissing kan worden gegeven die voor erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is, kan de Nederlandse rechter bij wie nadien een zaak tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp is aangebracht, de behandeling aanhouden totdat daarin door eerstbedoelde rechter is beslist. Indien die beslissing voor erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar blijkt te zijn, verklaart de Nederlandse rechter zich onbevoegd. Indien het een zaak betreft die bij dagvaarding moet worden ingeleid, is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
De bevoegdheid van de Nederlandse rechter tot het treffen van bewarende of voorlopige maatregelen kan niet worden betwist op de enkele grond dat hij met betrekking tot de zaak ten principale geen rechtsmacht heeft.
Artikel 14
Voor de toepassing van de regels betreffende de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wordt het Nederlandse gedeelte van het continentale plat gelijk gesteld met het grondgebied van Nederland.