Geen vonnis waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging niet is toegestaan kan tegen een derde worden ten uitvoer gelegd, noch kan daaraan door die derde worden voldaan, dan acht dagen na betekening daarvan aan de partij die in het ongelijk is gesteld, en met overlegging van een verklaring van de griffier dat er op zijn registers geen verzet, hoger beroep of cassatie daartegen is aangetekend.
Inhoud
Artikel 432
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
28-12-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
20-01-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
30-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
Geen vonnis waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging niet is toegestaan kan tegen een derde worden ten uitvoer gelegd, noch kan daaraan door die derde worden voldaan, dan acht dagen na betekening daarvan aan de partij die in het ongelijk is gesteld, en met overlegging van een verklaring van de griffier dat er op zijn registers geen verzet, hoger beroep of cassatie daartegen is aangetekend.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.