Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 223

Actueel
Je bekijkt de huidige officiƫle versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Tijdens een aanhangig geding kan iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.

  2. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Tijdens een aanhangig geding kan iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.

  2. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.

5 verwijzing(en)
Hoge Raad | 05-12-2014 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-01-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 29-01-2010 | 18-02-2026
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-02-2009 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-02-2009 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering