Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 598

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Van de ingijzelingstelling en de insluiting in het huis van bewaring maakt de deurwaarder een akte op.

  2. De akte vermeldt:

    1. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;

    2. de datum van de betekening;

    3. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;

    4. een door de schuldeiser gekozen woonplaats in de gemeente waarin de schuldenaar is ingesloten;

    5. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;

    6. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;

    7. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;

    8. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;

    9. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.

  3. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden op de akte, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Is na het binnentreden de schuldenaar niet gegijzeld, dan maakt de deurwaarder, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden en van het tweede lid, onder a, b, c, e, f en g, eveneens een akte op.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Van de ingijzelingstelling en de insluiting in het huis van bewaring maakt de deurwaarder een akte op.

  2. De akte vermeldt:

    1. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;

    2. de datum van de betekening;

    3. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;

    4. een door de schuldeiser gekozen woonplaats in de gemeente waarin de schuldenaar is ingesloten;

    5. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;

    6. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;

    7. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;

    8. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;

    9. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.

  3. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden op de akte, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Is na het binnentreden de schuldenaar niet gegijzeld, dan maakt de deurwaarder, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden en van het tweede lid, onder a, b, c, e, f en g, eveneens een akte op.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering