Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 147

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2022.
  1. Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als verweerschrift geldt.

  2. Was het verstek tegen de oorspronkelijk verweerder verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk verweerder dat het verschuldigde griffierecht is voldaan binnen de daarvoor door de rechter gestelde termijn. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.

  3. Was het verstek tegen de oorspronkelijk verweerder verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de verweerder het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

  4. Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als verweerschrift geldt.

  2. Was het verstek tegen de oorspronkelijk verweerder verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk verweerder dat het verschuldigde griffierecht is voldaan binnen de daarvoor door de rechter gestelde termijn. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.

  3. Was het verstek tegen de oorspronkelijk verweerder verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de verweerder het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

  4. Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 04-10-2013 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering