-
Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. De wederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de rechter deze gezamenlijk kan behandelen.
-
De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat:
de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Inhoud
Artikel 196
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
25-06-2023
Historisch
01-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
28-12-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
20-01-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-10-2020
Historisch
30-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
- DeVoordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter kan,op zo nodig ambtshalve, bij de bepalingverzoek van een voorschot als bedoeld in artikel 195, of nadien, een termijn vaststellen voor de voldoening van het voorschot. Deze termijn kanbelanghebbende een of meermalenmeer wordenvoorlopige verlengd.bewijsverrichtingen Tegenbevelen. beslissingenDe ingevolgewederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de eersterechter endeze tweedegezamenlijk zinkan staat geen hogere voorziening open.behandelen.
-
WanneerDe eenrechter partijwijst het voorschotverzoek niettoe, binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken dietenzij hij geradenvan acht.oordeel is dat:
- de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
- onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
- sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.