Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 201

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
  1. Als de rechter het verzoek tot het horen van getuigen toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop het voorlopig getuigenverhoor zal plaatshebben. De bepalingen over het getuigenverhoor zijn op het voorlopig getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing.

  2. Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij overgaat tot het houden van het voorlopig getuigenverhoor, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.

  3. Verschijnt de wederpartij bij het verhoor van getuigen ter zitting, dan bepaalt de rechter na afloop daarvan op haar verzoek de plaats waar en het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs kan plaatsvinden.

  4. Als een getuige aannemelijk maakt dat de verzoeker met het voorlopig getuigenverhoor inlichtingen van hem wenst te verkrijgen voor een tegen hem in te stellen vordering, houdt de rechter het verhoor met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoor van de partij als getuige. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-05-2023

Tekst van deze versie

  1. DeAls de rechter kanhet verzoek tot het horen van getuigen toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop het voorlopig getuigenverhoor zal plaatshebben. De bepalingen over het getuigenverhoor zijn op verzoekhet voorlopig getuigenverhoor van eenovereenkomstige partij of ambtshalve, vergezeld van de griffier, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden overgebracht.toepassing.
  2. Het daartoe strekkende vonnis vermeldtAls de plaatsrechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij overgaat tot het houden van het voorlopig getuigenverhoor, eerst na of de zaakverzoeker welkeheeft voldaan aan de verplichting bedoeld in ogenschouwartikel moet198, wordentweede genomen, bepaalt de tijd van de plaatsopneming, de tijd en de plaats van de bezichtiging, de termijn waarbinnen het van de verrichting op te maken proces-verbaal ter griffie moet zijn neergelegd, alsmede de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.lid.
  3. DeVerschijnt de wederpartij bij het verhoor van getuigen ter zitting, dan bepaalt de rechter heeftna afloop daarvan op haar verzoek de plaats waar en het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor voor hettegenbewijs doenkan van een plaatsopneming of een bezichtiging als bedoeld in het eerste lid, toegang tot elke plaats. Op het proces-verbaal als bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden van overeenkomstige toepassing.plaatsvinden.
  4. PartijenAls wordeneen getuige aannemelijk maakt dat de verzoeker met het voorlopig getuigenverhoor inlichtingen van hem wenst te verkrijgen voor een tegen hem in te stellen vordering, houdt de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken of verzoeken te doen. Uitrechter het proces-verbaalverhoor moetmet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoudinachtneming van de opmerkingenbepalingen ofdie verzoekenvan toepassing zijn op het verhoor van de partij als getuige. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal melding gemaakt. Het proces-verbaal wordt door de rechter die de verrichting heeft gedaan, en door de griffier ondertekend. De rechter kan ter plaatse getuigen horen. De vierde paragraaf van deze afdeling is, behoudens artikel 170, hierop van toepassing.proces-verbaal.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering