Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 205

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
  1. Voor het leggen van conservatoir beslag tot bescherming van bewijs is verlof vereist van de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied zich een of meer van de in beslag te nemen gegevens of zaken bevinden of binnen wiens rechtsgebied de wederpartij of degene onder wie het beslag wordt gelegd, woonplaats heeft. De voorzieningenrechter beoordeelt summierlijk of is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 194, eerste lid, en of zich geen van de gronden bedoeld in artikel 196, tweede lid, voordoet. De voorschriften over middelen tot bewaring van zijn recht zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 709, derde lid.

  2. Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift waarin wordt vermeld:

    1. een nauwkeurige omschrijving van de gegevens of zaken waarvan inbeslagneming wordt verzocht en de plaats waar deze zich bevinden;

    2. de rechtsbetrekking van de verzoeker die aan de beslaglegging ten grondslag ligt;

    3. de naam en woonplaats van de wederpartij en van de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd;

    4. het belang bij de beslaglegging en de feiten en omstandigheden op grond waarvan gegronde vrees voor verduistering of verlies van de in beslag te nemen gegevens of zaken bestaat;

    5. de aard en het beloop van de ingestelde of nog in te stellen vordering of het ingediende of nog in te dienen verzoek;

    6. de naam en hoedanigheid van de deskundige die de deurwaarder kan doen bijstaan bij de beslaglegging als onder de in beslag te nemen gegevens elektronisch opgeslagen gegevens vallen.

  3. Op het verzoek worden de wederpartij, de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd, en andere belanghebbenden niet gehoord, tenzij de voorzieningenrechter anders beslist. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer verlof tot het leggen van beslag wordt verzocht onder een instelling als bedoeld in artikel 212a, onder a, van de Faillissementswet en het beslag niet uitsluitend op zaken betrekking heeft.

  4. Als op het tijdstip van het verlof een procedure nog niet aanhangig is gemaakt, wordt het verlof verleend onder de voorwaarde dat binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn een eis in de hoofdzaak wordt ingesteld. Bij overschrijding van deze termijn vervalt het beslag. De voorzieningenrechter kan onverminderd artikel 64, derde lid, de deurwaarder toestaan het beslag te leggen op alle dagen en uren. Bij het verlof kan de voorzieningenrechter ook nadere voorwaarden stellen, aanwijzingen geven die hij geraden acht en bepalen dat binnen een door hem te bepalen termijn een voorschot voor de kosten van de beslaglegging moet worden voldaan.

  5. Verlof tot het leggen van beslag wordt niet verleend als de bescherming van vertrouwelijke gegevens of zaken niet is gewaarborgd.

  6. Tegen een op grond van dit artikel gegeven verlof is geen hogere voorziening toegelaten.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Voor het leggen van conservatoir beslag tot bescherming van bewijs is verlof vereist van de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied zich een of meer van de in beslag te nemen gegevens of zaken bevinden of binnen wiens rechtsgebied de wederpartij of degene onder wie het beslag wordt gelegd, woonplaats heeft. De bepalingenvoorzieningenrechter betreffendebeoordeelt deskundigensummierlijk of is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 194, eerste lid, en betreffendeof plaatsopnemingzich engeen bezichtigingvan de gronden bedoeld in artikel 196, tweede lid, voordoet. De voorschriften over middelen tot bewaring van zijn recht zijn van overeenkomstige toepassing.toepassing, met uitzondering van artikel 709, derde lid.
  2. IndienHet tenverlof aanzienwordt vanverzocht bij een partij,verzoekschrift met toepassing van het derde lid van artikel 199, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, stelt de rechter op het moment van toezending van het schriftelijke bericht aan partijen of afgifte van het proces-verbaal van de slotsom van het mondelinge verslag, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, vast welk deel van dit bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier. Bij gebreke van de betaling geschiedt de invordering krachtens een door de griffier uit te vaardigen dwangbevel. Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de tenuitvoerleggingwaarin wordt opgeschort indien blijkt dat de veroordeling nog niet in kracht van gewijsde is gegaan.vermeld:

    1. Heteen tweedenauwkeurige lid blijft buiten toepassing wanneer op het momentomschrijving van de toezendinggegevens aanof zaken waarvan inbeslagneming wordt verzocht en de rechterplaats iswaar geblekendeze datzich tussen partijen een geding aanhangig is over de vordering waarop het bericht of verhoor van deskundigen betrekking heeft.bevinden;
    2. de rechtsbetrekking van de verzoeker die aan de beslaglegging ten grondslag ligt;
    3. de naam en woonplaats van de wederpartij en van de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd;
    4. het belang bij de beslaglegging en de feiten en omstandigheden op grond waarvan gegronde vrees voor verduistering of verlies van de in beslag te nemen gegevens of zaken bestaat;
    5. de aard en het beloop van de ingestelde of nog in te stellen vordering of het ingediende of nog in te dienen verzoek;
    6. de naam en hoedanigheid van de deskundige die de deurwaarder kan doen bijstaan bij de beslaglegging als onder de in beslag te nemen gegevens elektronisch opgeslagen gegevens vallen.
  3. Op het verzoek worden de wederpartij, de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd, en andere belanghebbenden niet gehoord, tenzij de voorzieningenrechter anders beslist. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer verlof tot het leggen van beslag wordt verzocht onder een instelling als bedoeld in artikel 212a, onder a, van de Faillissementswet en het beslag niet uitsluitend op zaken betrekking heeft.
  4. Als op het tijdstip van het verlof een procedure nog niet aanhangig is gemaakt, wordt het verlof verleend onder de voorwaarde dat binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn een eis in de hoofdzaak wordt ingesteld. Bij overschrijding van deze termijn vervalt het beslag. De voorzieningenrechter kan onverminderd artikel 64, derde lid, de deurwaarder toestaan het beslag te leggen op alle dagen en uren. Bij het verlof kan de voorzieningenrechter ook nadere voorwaarden stellen, aanwijzingen geven die hij geraden acht en bepalen dat binnen een door hem te bepalen termijn een voorschot voor de kosten van de beslaglegging moet worden voldaan.
  5. Verlof tot het leggen van beslag wordt niet verleend als de bescherming van vertrouwelijke gegevens of zaken niet is gewaarborgd.
  6. Tegen een op grond van dit artikel gegeven verlof is geen hogere voorziening toegelaten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering