Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 210

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
  1. Indien de verweerder meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen en hij die oproeping niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie vóór alle weren op op de voor het verweer bepaalde datum.

  2. Indien de eiser meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie uiterlijk op de datum, op zijn verzoek bepaald bij de verschijning van partijen ter zitting op de voet van artikel 30j. Vindt geen verschijning van partijen op de voet van artikel 114 plaats, dan neemt de eiser zijn conclusie uiterlijk op de daarvoor door de rechter bepaalde datum.

  3. Indien de vordering wordt toegewezen, bepaalt de rechter de dag waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring worden voortgezet. Betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde door de kantonrechter moet worden behandeld, dan verwijst de rechter beide zaken daarbij zo nodig, met overeenkomstige toepassing van artikel 71, naar de kantonrechter.

  4. Het vonnis waarbij de oproeping in vrijwaring is toegestaan, behoeft aan de waarborg niet betekend te worden. De procesinleiding moet de in het vonnis vermelde beslissing behelzen; bij de betekening of bezorging van die procesinleiding moet het oproepingsbericht in de hoofdzaak in afschrift worden gevoegd.

  5. Indien de vordering wordt afgewezen, bepaalt de rechter bij die beslissing de dag waarop de zaak zal worden voortgezet of beveelt hij een verschijning van partijen ter zitting.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Indien de verweerder meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen en hij die oproeping niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie vóór alle weren op op de voor het verweer bepaalde datum.

  2. Indien de eiser meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie uiterlijk op de datum, op zijn verzoek bepaald bij de verschijning van partijen ter zitting op de voet van artikel 30j. Vindt geen verschijning van partijen op de voet van artikel 114 plaats, dan neemt de eiser zijn conclusie uiterlijk op de daarvoor door de rechter bepaalde datum.

  3. Indien de vordering wordt toegewezen, bepaalt de rechter de dag waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring worden voortgezet. Betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde door de kantonrechter moet worden behandeld, dan verwijst de rechter beide zaken daarbij zo nodig, met overeenkomstige toepassing van artikel 71, naar de kantonrechter.

  4. Het vonnis waarbij de oproeping in vrijwaring is toegestaan, behoeft aan de waarborg niet betekend te worden. De procesinleiding moet de in het vonnis vermelde beslissing behelzen; bij de betekening of bezorging van die procesinleiding moet het oproepingsbericht in de hoofdzaak in afschrift worden gevoegd.

  5. Indien de vordering wordt afgewezen, bepaalt de rechter bij die beslissing de dag waarop de zaak zal worden voortgezet of beveelt hij een verschijning van partijen ter zitting.

2 verwijzing(en)
Hoge Raad | 23-01-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-10-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering