-
Indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat, langer dan twaalf maanden niet is verricht, bepaalt de rechter op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een datum waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten of om vonnis te wijzen. De rechter kan hiertoe, eveneens na verloop van twaalf maanden, ook ambtshalve een datum bepalen.
-
De in het eerste lid bedoelde datum wordt in beide gevallen bepaald op een termijn van ten hoogste drie maanden.
-
Verval van instantie kan op de bepaalde datum slechts worden gevorderd indien het voornemen daartoe ten minste twee weken vóór die datum aan de nalatige partij is aangezegd.
-
De rechter wijst de vordering tot verval van instantie toe, tenzij voor of op die datum
de proceshandeling alsnog wordt verricht, of
de wederpartij van de partij die het verval vordert, aannemelijk maakt dat voor de vertraging van het geding een reden bestaat die deze in redelijkheid kan rechtvaardigen.
-
Indien op de ingevolge het eerste lid bepaalde datum de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet alsnog is of wordt verricht, en voorts de wederpartij van degene die de proceshandeling moet verrichten geen verval van instantie vordert noch zich anderszins uitlaat over de voortgang van het geding als bedoeld in het eerste lid, wordt de zaak ter griffie doorgehaald.
Inhoud
Artikel 251
Tekst van deze versie
-
Indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat, langer dan twaalf maanden niet is verricht, bepaalt de rechter op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een datum waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten of om vonnis te wijzen. De rechter kan hiertoe, eveneens na verloop van twaalf maanden, ook ambtshalve een datum bepalen.
-
De in het eerste lid bedoelde datum wordt in beide gevallen bepaald op een termijn van ten hoogste drie maanden.
-
Verval van instantie kan op de bepaalde datum slechts worden gevorderd indien het voornemen daartoe ten minste twee weken vóór die datum aan de nalatige partij is aangezegd.
-
De rechter wijst de vordering tot verval van instantie toe, tenzij voor of op die datum
de proceshandeling alsnog wordt verricht, of
de wederpartij van de partij die het verval vordert, aannemelijk maakt dat voor de vertraging van het geding een reden bestaat die deze in redelijkheid kan rechtvaardigen.
-
Indien op de ingevolge het eerste lid bepaalde datum de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet alsnog is of wordt verricht, en voorts de wederpartij van degene die de proceshandeling moet verrichten geen verval van instantie vordert noch zich anderszins uitlaat over de voortgang van het geding als bedoeld in het eerste lid, wordt de zaak ter griffie doorgehaald.