Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 378

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.

Indien een derde verzet heeft ingesteld tegen een vonnis of arrest dat hem is tegengeworpen in een geding, kan de rechter voor wie dat geding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing daarvan toestaan, totdat op het ingestelde verzet zal zijn beslist.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-05-2023.

Tekst van deze versie

Indien een derde verzet heeft ingesteld tegen een vonnis of arrest dat hem is tegengeworpen in een geding, kan de rechter voor wie dat geding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing daarvan toestaan, totdat op het ingestelde verzet zal zijn beslist.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering