Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 378

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-05-2023.

Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

Indien een derde verzet heeft ingesteld tegen eenzoodanig vonnis ofaan arresteenen dat hemderde is tegengeworpen in een geding,regtsgeding, kanen dehet rechterverzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wiewien dat gedingregtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing daarvanvan toestaan,hetzelve totdattoe opte staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn beslist.uitgewezen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering