Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 475g

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2021.
  1. Een schuldenaar is verplicht aan een deurwaarder die gerechtigd is ten laste van hem beslag te leggen, desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven, alsmede voor de vaststelling van de beslagvrije voet benodigde gegevens te verstrekken voor zover deze gegevens niet door de deurwaarder kunnen worden verkregen op grond van de artikelen 475ga en 475gb.

  2. Een deurwaarder die gerechtigd is ten laste van een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan een ieder van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Een ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.

  3. Bij het antwoord, bedoeld in het tweede lid, wordt ten aanzien van de voor beslag vatbare periodieke betalingen informatie verstrekt over:

    1. de termijn van de betalingen;

    2. de omvang van de betalingen na aftrek van de inhoudingen, bedoeld in artikel 475a, tweede lid;

    3. reeds gelegde beslagen alsmede vorderingen als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, met vermelding van de deurwaarder die beslag heeft gelegd of, in geval van samenloop van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder;

    4. reeds lopende verrekeningen, waarbij indien de verrekening ziet op een vordering tot periodieke betaling genoemd in artikel 475c, eerste lid, onderdeel j, in ieder geval het maandelijks geïnde bedrag wordt vermeld;

    5. de loonbelasting over het in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 bedoelde voordeel ten gevolge van het tevens voor privédoeleinden ter beschikking stellen van vervoermiddelen aan de schuldenaar.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Een schuldenaar is verplicht aan een deurwaarder die gerechtigd is tegenten laste van hem beslag te leggen, desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven.geven, Eenalsmede deurwaardervoor diede beslagvaststelling heeftvan gelegd, is verplicht hem op te geven hoeveel zijnde beslagvrije voet bedraagt,benodigde berekendgegevens volgenste artikelverstrekken 475d.voor zover deze gegevens niet door de deurwaarder kunnen worden verkregen op grond van de artikelen 475ga en 475gb.
  2. ZoEen langdeurwaarder alsdie gerechtigd is ten laste van een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan een ieder van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar desgevraagdperiodieke nietbetalingen aan de beslagleggerverricht of diensschuldig vertegenwoordigeris, opgeeftte vragen of endat hoeveelzo inkomenis. toekomtEen aanieder degeneis aanverplicht wiehierop samendesgevraagd metschriftelijk hemte gezinsbijstand zou kunnen toekomen, wordt de beslagvrije voet gehalveerd. Indien het periodieke inkomen van de alleenstaande of alleenstaande ouder niet bij de beslaglegger bekend is, bedraagt de beslagvrije voet 72% van de voor de beslagene geldende bijstandsnorm.antwoorden.
  3. EenBij deurwaarderhet dieantwoord, gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden. Daarbij moeten de termijn van de betalingen en hun omvang na aftrek van debedoeld in artikelhet 475atweede genoemdelid, inhoudingen worden opgegeven alsmede eventuele gelegde beslagen. De Staat en degenen die periodieke betalingen doen aan personen wier naam zij niet rechtstreeks uit hun administratie kunnen lichten, behoeven de vraag slechts te beantwoordenwordt ten aanzien van in de vraagvoor omschrevenbeslag vatbare periodieke betalingen ofinformatie aangeduideverstrekt collectieve verzekeringen.over:

    1. Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd ten behoeve van het leggen van dit beslag aan een door Onze Minister van Justitie aangewezen bestuursorgaan, dat belast is met de verwerking van gegevens met betrekking tot periodieke betalingen, mededeling te vragentermijn van de naam, het adres, de vestigingsplaats en de overige gegevens die door dit bestuursorgaan in de administratie worden verwerkt, voor zover die vereist zijn voor het vaststellen van de identiteit van degene die de periodieke betaling aan de schuldenaar verricht. Het bestuursorgaan is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.betalingen;
    2. Metde het oog op het inwinnenomvang van de inbetalingen hetna derde en vierde lid bedoelde gegevens is de deurwaarder bevoegd bij de basisregistratie personen het burgerservicenummeraftrek van de schuldenaar op te vragen. Met behulp van dit nummer kunnen gegevens worden opgevraagd bij personen of instanties,inhoudingen, bedoeld in hetartikel derde475a, entweede vierde lid, die zelf reeds gerechtigd zijn tot het gebruik van het nummer.lid;
    3. Dereeds deurwaardergelegde gebruiktbeslagen hetalsmede burgerservicenummervorderingen uitsluitendals voorbedoeld hetin opvragenartikel 19 van de inInvorderingswet het1990, derdemet envermelding vierde lid bedoelde gegevens bijvan de in het derde en vierde lid bedoelde personen of instanties,deurwaarder die zelfbeslag reedsheeft gerechtigdgelegd zijnof, totin het gebruikgeval van hetsamenloop nummer.van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder;
    4. reeds lopende verrekeningen, waarbij indien de verrekening ziet op een vordering tot periodieke betaling genoemd in artikel 475c, eerste lid, onderdeel j, in ieder geval het maandelijks geïnde bedrag wordt vermeld;
    5. de loonbelasting over het in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 bedoelde voordeel ten gevolge van het tevens voor privédoeleinden ter beschikking stellen van vervoermiddelen aan de schuldenaar.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering