Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Inhoud

Artikel 69

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
  1. Indien een vordering is ingesteld volgens de regels van de verzoekprocedure of een verzoek is ingediend volgens de regels van de vorderingsprocedure, deelt de rechter, zo nodig, de eiser of verzoeker mede dat deze op eigen kosten binnen een termijn van twee weken de procesinleiding dient te verbeteren of aan te vullen en dat eiser zo nodig de verweerder dient op te roepen binnen een termijn van vier weken. De procedure is aanhangig vanaf de oorspronkelijke dag van indiening van de procesinleiding.

  2. De rechter stelt partijen, zo nodig, in de gelegenheid hun stellingen aan de dan toepasselijke procesregels aan te passen.

  3. Tegen een beslissing ingevolge het eerste en tweede lid staat geen hogere voorziening open.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 28-12-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 20-01-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 30-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Indien een vordering is ingesteld volgens de regels van de verzoekprocedure of een verzoek is ingediend volgens de regels van de vorderingsprocedure, deelt de rechter, zo nodig, de eiser of verzoeker mede dat deze op eigen kosten binnen een termijn van twee weken de procesinleiding dient te verbeteren of aan te vullen en dat eiser zo nodig de verweerder dient op te roepen binnen een termijn van vier weken. De procedure is aanhangig vanaf de oorspronkelijke dag van indiening van de procesinleiding.

  2. De rechter stelt partijen, zo nodig, in de gelegenheid hun stellingen aan de dan toepasselijke procesregels aan te passen.

  3. Tegen een beslissing ingevolge het eerste en tweede lid staat geen hogere voorziening open.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering