Wetboek van Strafrecht BES

Inhoud

Artikel 253

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

  2. Indien het misdrijf van het vorige lid gepleegd is ten aanzien van een minderjarige die twaalf jaar of ouder is, stelt het openbaar ministerie alvorens tot vervolging over te gaan de minderjarige, zo dit mogelijk is, in de gelegenheid zijn mening over de wenselijkheid van een vervolging voor het gepleegde feit kenbaar te maken.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

  2. Indien het misdrijf van het vorige lid gepleegd is ten aanzien van een minderjarige die twaalf jaar of ouder is, stelt het openbaar ministerie alvorens tot vervolging over te gaan de minderjarige, zo dit mogelijk is, in de gelegenheid zijn mening over de wenselijkheid van een vervolging voor het gepleegde feit kenbaar te maken.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht BES