Wetboek van Strafrecht BES

Inhoud

Artikel 355

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.

De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of besloten vennootschap welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar:

  1. indien hij heeft medegewerkt of zijne toestemming gegeven tot eenige handeling, in strijd met eenige wettelijke bepaling van de akte van oprichting, waaraan de door de vennootschap geleden verliezen geheel of grotendeels zijn te wijten;

  2. indien hij, met het oogmerk om het faillissement der vennootschap uit te stellen, wetende dat het daardoor niet kan worden voorkomen, heeft medegewerkt of zijn toestemming gegeven tot het doen van geldopnemingen op bezwarende voorwaarden;

  3. indien aan hem te wijten is, dat aan de in artikel 15a, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES omschreven verplichtingen niet is voldaan of dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens dat artikel administratie gevoerd is, en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge dat artikel zijn bewaard, niet in ongeschonden staat worden te voorschijn gebracht.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of besloten vennootschap welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar:

  1. indien hij heeft medegewerkt of zijne toestemming gegeven tot eenige handeling, in strijd met eenige wettelijke bepaling van de akte van oprichting, waaraan de door de vennootschap geleden verliezen geheel of grotendeels zijn te wijten;

  2. indien hij, met het oogmerk om het faillissement der vennootschap uit te stellen, wetende dat het daardoor niet kan worden voorkomen, heeft medegewerkt of zijn toestemming gegeven tot het doen van geldopnemingen op bezwarende voorwaarden;

  3. indien aan hem te wijten is, dat aan de in artikel 15a, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES omschreven verplichtingen niet is voldaan of dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens dat artikel administratie gevoerd is, en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge dat artikel zijn bewaard, niet in ongeschonden staat worden te voorschijn gebracht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht BES