-
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig goed, dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van ene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan afpersing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren.
-
Levenslange gevangenisstraf dan wel een tijdelijke gevangenisstraf van het hoogste vier en twintig jaren wordt opgelegd, indien het feit de dood ten gevolge heeft.
-
De bepalingen van artikel 325, tweede lid, zijn op dit misdrijf van toepassing.
Inhoud
Artikel 330
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
01-07-2025
Huidig
15-05-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig goed, dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van ene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan afpersing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren.
-
Levenslange gevangenisstraf dan wel een tijdelijke gevangenisstraf van het hoogste vier en twintig jaren wordt opgelegd, indien het feit de dood ten gevolge heeft.
-
De bepalingen van artikel 325, tweede lid, zijn op dit misdrijf van toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.