Wetboek van Strafrecht BES Actueel

Inhoud

Titel XXVI

Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden

Artikel 353

De koopman die in staat van faillissement is verklaard, wordt, als schuldig aan eenvoudige bankbreuk, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar:

  1. indien zijne verteringen buitensporig zijn geweest;

  2. indien hij, met het oogmerk om zijn faillissement uit te stellen, wetende dat het daardoor niet kon worden voorkomen, op bezwarende voorwaarden geldopnemingen heeft gedaan;

  3. indien hij de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers waarmee hij ingevolge artikel 15a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES een administratie gevoerd heeft en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die hij ingevolge dat artikel bewaard heeft, niet in ongeschonden staat te voorschijn brengt.

Artikel 354

De koopman die in staat van faillissement is verklaard, wordt, als schuldig aan bedrieglijke bankbreuk, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten zijner schuldeischers:

  1. hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, hetzij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt;

  2. eenig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;

  3. ter gelegenheid van zijn faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een zijner schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt;

  4. niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld.

Artikel 355

De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of besloten vennootschap welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar:

  1. indien hij heeft medegewerkt of zijne toestemming gegeven tot eenige handeling, in strijd met eenige wettelijke bepaling van de akte van oprichting, waaraan de door de vennootschap geleden verliezen geheel of grotendeels zijn te wijten;

  2. indien hij, met het oogmerk om het faillissement der vennootschap uit te stellen, wetende dat het daardoor niet kan worden voorkomen, heeft medegewerkt of zijn toestemming gegeven tot het doen van geldopnemingen op bezwarende voorwaarden;

  3. indien aan hem te wijten is, dat aan de in artikel 15a, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES omschreven verplichtingen niet is voldaan of dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens dat artikel administratie gevoerd is, en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge dat artikel zijn bewaard, niet in ongeschonden staat worden te voorschijn gebracht.

Artikel 356

De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of besloten vennootschap welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeischers van de vennootschap:

  1. hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, hetzij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt;

  2. eenig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;

  3. ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een der schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt;

  4. niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld.

Artikel 357

Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden wordt gestraft hij die ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeischers:

  1. ingeval van faillissement of in het vooruitzicht daarvan, indien het faillissement is gevolgd, enig goed aan de boedel onttrekt of betaling aanneemt, hetzij van een niet opeisbare schuld, hetzij van een opeisbare schuld, in het laatste geval wetende, dat het faillissement van de schuldenaar reeds was aangevraagd of ten gevolge van overleg met de schuldenaar;

  2. bij verificatie der schuldvorderingen in geval van faillissement, eene niet bestaande schuldvordering voorwendt of eene bestaande tot een verhoogd bedrag doet gelden.

Artikel 358

De schuldeischer die tot een aangeboden gerechtelijk akkoord toetreedt tengevolge van eene overeenkomst hetzij met den schuldenaar, hetzij met een derde, waarbij hij bijzondere voordeelen heeft bedongen, wordt, in geval van aanneming van het akkoord, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Gelijke straf wordt in hetzelfde geval toegepast op den schuldenaar of, indien deze eene vennootschap, vereniging of stichting is, op den bestuurder of commissaris, die zoodanige overeenkomst sluit.

Artikel 359

Hij die zonder koopman te zijn in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden, indien hij, ter bedrieglijke verkorting van de rechten zijner schuldeischers, hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, hetzij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt, hetzij eenig goed om niet of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd, hetzij ter gelegenheid van zijn faillissement, of op een tijdstip waarop hij wist, dat het niet kon worden voorkomen een zijner schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt.

Artikel 360

De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of besloten vennootschap die, buiten het geval van artikel 335, zijne medewerking heeft verleend of zijne toestemming gegeven tot eenige handeling in strijd met eenige wettelijke bepaling van de akte van oprichting, ten gevolge waarvan de vennootschap of vereniging ernstig nadeel ondervindt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

Artikel 361

Hij die opzettelijk zijn eigen goed of, ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, een hem niet toebehorend goed onttrekt aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk een goed dat is onderworpen aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt. De bepaling van artikel 329 is op deze misdrijven van toepassing.

Artikel 362

Bij veroordeeling wegens een der in artikelen 354, 356, 357 en 359 omschreven misdrijven, kan de schuldige worden ontzet van de in artikel 32, N°. 1–4, vermelde rechten.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 353–359 omschreven misdrijven, kan openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gelast.

← terug naar Wetboek van Strafrecht BES