Wetboek van Strafrecht BES Actueel

Inhoud

Titel X

Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten

Artikel 214

Hij die muntspeciën of munt- of bankbiljetten namaakt of vervalscht, met het oogmerk om die muntspeciën of munt- of bankbiljetten als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

Artikel 215

Hij die opzettelijk als echte en onvervalschte muntspeciën of munt- of bankbiljetten uitgeeft muntspeciën of munt- of bankbiljetten, die hij zelf heeft nagemaakt of vervalscht of waarvan de valschheid of vervalsching hem, toen hij ze ontving, bekend was, of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

Artikel 216

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk muntspeciën of munt- of bankbiljetten welke bestemd zijn om als wettig betaalmiddel in omloop te worden gebracht, in omloop brengt of, teneinde ze in omloop te brengen, ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 219

Hij die opzettelijk valse of vervalste muntspeciën of valse of vervalste munt- of bankbiljetten uitgeeft, wordt, behoudens artikel 215, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 220

Hij die stoffen, voorwerpen of gegevens vervaardigt, ontvangt, zich verschaft of voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het namaken of vervalsen van muntspeciën of van munt- of bankbiljetten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 220a

Bij veroordeeling wegens een der in dezen titel omschreven misdrijven worden:

  1. de valsche, vervalschte of geschonden muntspeciën,

  2. de valsche, of vervalschte munt- of bankbiljetten,

  3. de stoffen, voorwerpen of gegevens, uit hun aard bestemd tot het namaken, vervalschen of in waarde verminderen van muntspecien of het namaken of vervalschen van munt- of bankbiljetten,

  4. voor zoover daarmede met misdrijf is gepleegd of zij het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt,

  5. verbeurdverklaard, ook indien zij niet aan den veroordeelde toebehooren.

Artikel 221

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 214 tot en met 216 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 32, N°. 1–4, vermelde rechten worden uitgesproken.

← terug naar Wetboek van Strafrecht BES