Wetboek van Strafrecht BES

Inhoud

Artikel 5

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.

De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op den ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba schuldig maakt:

  1. aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek, in de artikelen 203a tot en met 203c, 212, 242, 285 en 286 alsmede – voor zover het betreft een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120) – in de artikelen 183, 183a, 184, 185, 186, 195, 206, 213a, 298b en 377;

  2. aan een feit hetwelk door de strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land, waar het begaan is, straf is gesteld. De vervolging kan ook plaats hebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt.

  3. aan een terroristisch misdrijf, dan wel een van de misdrijven omschreven in de artikelen 230, derde lid, 324, eerste lid, onder 6°, alsmede 330, tweede lid,in samenhang met artikel 325, tweede lid onder 2°. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van toepassing;

  4. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 258 en 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 313 tot en met 316, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van overeenkomstige toepassing.

  5. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 144a, 144b, 145c, 145d, 167sexies, 230, 231, 232, 246, 246bis, 339, 339c, 366, 367a en 368, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18, en 2004, 290), en een der misdrijven omschreven in de artikelen 143a tot en met 143c, 273, 274, 278, 297 en 298, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met electronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen;

  6. aan een der misdrijven, omschreven in artikel 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat;

  7. aan het misdrijf omschreven in artikel 242;

  8. aan het misdrijf omschreven in artikel 297, eerste lid;

  9. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 137, 138, 140a en 211, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34);

  10. 10°

    aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 140a, 146a en 435e, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 6 van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180).

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-05-2021.

Tekst van deze versie

De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op den ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba schuldig maakt:

  1. aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek, in de artikelen 203a tot en met 203c, 212, 242, 285 en 286 alsmede – voor zover het betreft een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120) – in de artikelen 183, 183a, 184, 185, 186, 195, 206, 213a, 298b en 377;

  2. aan een feit hetwelk door de strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land, waar het begaan is, straf is gesteld. De vervolging kan ook plaats hebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt.

  3. aan een terroristisch misdrijf, dan wel een van de misdrijven omschreven in de artikelen 230, derde lid, 324, eerste lid, onder 6°, alsmede 330, tweede lid,in samenhang met artikel 325, tweede lid onder 2°. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van toepassing;

  4. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 258 en 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 313 tot en met 316, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van overeenkomstige toepassing.

  5. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 144a, 144b, 145c, 145d, 167sexies, 230, 231, 232, 246, 246bis, 339, 339c, 366, 367a en 368, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18, en 2004, 290), en een der misdrijven omschreven in de artikelen 143a tot en met 143c, 273, 274, 278, 297 en 298, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met electronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen;

  6. aan een der misdrijven, omschreven in artikel 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat;

  7. aan het misdrijf omschreven in artikel 242;

  8. aan het misdrijf omschreven in artikel 297, eerste lid;

  9. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 137, 138, 140a en 211, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34);

  10. 10°

    aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 140a, 146a en 435e, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 6 van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht BES