-
Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.
-
Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk ten toon gesteld of aangeslagen, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.
-
Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zoover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.
Inhoud
Artikel 273
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
01-07-2025
Huidig
15-05-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.
-
Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk ten toon gesteld of aangeslagen, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.
-
Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zoover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.