Wetboek van Strafrecht BES

Inhoud

Artikel 399a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2021.
  1. Hij die een luchtvaartuig door geweld, bedreiging met geweld of vreesaanjaging in zijn macht brengt of houdt dan wel van zijn route doet afwijken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

  2. Indien twee of meer personen gezamenlijk of ten gevolge van samenspanning het feit plegen, of indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, dan wel het feit is gepleegd met het oogmerk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven of beroofd te houden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd.

  3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.

  4. De straffen, in het eerste lid bepaald, zijn toepasselijk op degene die de in dat lid omschreven misdrijven pleegt ten aanzien van een vaartuig, een installatie ter zee, een autobus of een ander middel van openbaar vervoer dan wel een voertuig met gevaarlijke lading.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Hij die een luchtvaartuig door geweld, bedreiging met geweld of vreesaanjaging in zijn macht brengt of houdt dan wel van zijn route doet afwijken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

  2. Indien twee of meer personen gezamenlijk of ten gevolge van samenspanning het feit plegen, of indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, dan wel het feit is gepleegd met het oogmerk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven of beroofd te houden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd.

  3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.

  4. De straffen, in het eerste lid bepaald, zijn toepasselijk op degene die de in dat lid omschreven misdrijven pleegt ten aanzien van een vaartuig, een installatie ter zee, een autobus of een ander middel van openbaar vervoer dan wel een voertuig met gevaarlijke lading.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht BES