Bij strafrechtelijke vervolging van eene persoon die tijdens de uitspraak van het eindvonnis in eersten aanleg den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, wegens een feit, vallende in de bepaling van een misdrijf, kan de rechter bevelen dat de schuldige ter beschikking van de Regering zal worden gesteld, zonder toepassing van eenige straf, behoudens het bepaalde bij artikel 41ter, eerste lid.
Bij strafrechtelijke vervolging van een persoon die op voormeld tijdstip de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt, wegens het feit, vallende in de bepaling van een der overtredingen, omschreven in de artikelen 439, 440, 442, 446–452, 459, 460, 466, 469, 470, 474 en 477, en begaan nadat hij gedurende de laatste twee jaren tweemalen onherroepelijk werd schuldig verklaard aan een dezer overtredingen of aan enig misdrijf, kan de rechter bevelen als in het vorig lid is bepaald, zonder toepassing van enige straf.
In dezelfde zin en zonder toepassing van enige straf kan de rechter bevelen bij strafrechtelijke vervolging van een persoon die op vermeld tijdstip de leeftijd van veertien doch nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, wegens een feit, vallende in de bepaling van een der overtredingen, omschreven in de in het vorige lid genoemde artikelen, indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere schuldigverklaring van dezelfde persoon aan een dezer overtredingen of aan enig misdrijf onherroepelijk is geworden.