Indien de straf van berisping wordt opgelegd kan de rechter een termijn bepalen van tenminste één jaar en ten hoogste twee jaren als proeftijd, welke voor den schuldige ingaat onmiddellijk nadat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Indien geene andere hoofdstraf dan die van berisping toepasselijk is, doch de rechter geen termen vindt deze op te leggen òf artikel 40 òf artikel 41 toe te passen, bepaalt hij een termijn van ten minste één jaar en ten hoogste twee jaren als proeftijd, welke voor den schuldige ingaat onmiddellijk nadat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.
Bij het bepalen van zoodanigen proeftijd stelt de rechter den schuldige ter beschikking van de Regering.
De tenuitvoerlegging van dit bevel geschiedt alleen indien de veroordeelde opnieuw aan eenig strafbaar feit onherroepelijk mocht zijn schuldig verklaard. Alsdan geschiedt de tenuitvoerlegging van het bevel zoodra mogelijk, behoudens de bevoegdheid van den rechter de opschorting te bevelen, indien het strafbaar feit, waaraan de veroordeelde zich opnieuw heeft schuldig gemaakt, niet valt in de bepaling van een misdrijf.