De aanhouding van de veroordeelde, te wiens aanzien een beschikking tot opschorting van de tenuitvoerlegging der hem opgelegde gevangenisstraf is genomen, kan, indien de veroordeelde handelt in strijd met de in zijn verlofpas uitgedrukte voorwaarden, in het belang der openbare orde worden bevolen door de officier van justitie onder de verplichting Onze Minister van Justitie daarvan onverwijld kennis te geven.
Volgt daarna de herroeping dan wordt de uitvoering van de straf geacht te zijn aangevangen op den dag der aanhouding.