1. De essentiële entiteit of belangrijke entiteit geeft ten behoeve van de melding, bedoeld in artikel 27, eerste lid, een vroegtijdige waarschuwing over het significante incident aan haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit. Dit doet zij onverwijld of, indien dat niet mogelijk is, binnen 24 uur nadat zij kennis heeft gekregen van het significante incident.

  2. Bij de vroegtijdige waarschuwing, bedoeld in het eerste lid:

    1. geeft de entiteit aan of het significante incident vermoedelijk door een onrechtmatige of kwaadwillige handeling is veroorzaakt;

    2. geeft de entiteit aan of het significante incident grensoverschrijdende gevolgen kan hebben; en

    3. verstrekt de entiteit de contactgegevens van de functionaris die verantwoordelijk is voor de melding.