-
Onze Minister zendt binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag waarin de resultaten van een invoeringstoets over de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de regeldruk, de samenloop en de werkbaarheid van deze wet in de praktijk zijn opgenomen.
-
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, en vervolgens elke drie jaar.
Cyberbeveiligingswet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 16
Artikel 95
-
Indien voor de inwerkingtreding van artikel 106 een besluit is genomen op grond van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop:
het besluit onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd;
het besluit is ingetrokken of is komen te vervallen; of
als het besluit gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:
- 1°
de last volledig is uitgevoerd;
- 2°
de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of
- 3°
de last is opgeheven.
- 1°
-
Indien voor de inwerkingtreding van artikel 106 een melding als bedoeld in artikel 10 of 13 van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen is gedaan, en artikel 25 met ingang van de dag van de inwerkingtreding van laatstgenoemd artikel van toepassing is op de melder, wordt de op grond van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen gedane melding aangemerkt als een vroegtijdige waarschuwing van een significant incident als bedoeld in artikel 26. Indien de melding ziet op een inbreuk op de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de continuïteit van de door de melder verleende dienst als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, zendt Onze Minister de melding door aan de bevoegde autoriteit.
Artikel 96
-
De organisaties, niet zijnde essentiële entiteiten of belangrijke entiteiten, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 106 vitale aanbieder dan wel andere aanbieder die onderdeel is van de Rijksoverheid zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, zoals die wet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 106, hebben recht op:
bijstand bij het treffen van maatregelen om de continuïteit van hun diensten te waarborgen of te herstellen door Onze Minister of een andere in afwijking hiervan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur hiervoor aan te wijzen instantie; en
informatie en advies over dreigingen en incidenten met betrekking tot hun netwerk- en informatiesystemen van Onze Minister of een andere in afwijking hiervan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur hiervoor aan te wijzen instantie.
-
Onze Minister onderscheidenlijk de andere instantie, bedoeld in het eerste lid, verricht ten behoeve van het uitvoeren van de in het eerste lid bedoelde taken analyses en technisch onderzoek, naar aanleiding van de in het eerste lid genoemde dreigingen en incidenten of aanwijzingen daarvoor, niet zijnde onderzoek naar personen of organisaties die voor die dreigingen en incidenten verantwoordelijk zijn of die daar anderszins aan bijdragen of hebben bijgedragen.
-
Artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel e, en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «CSIRT» wordt verstaan: Onze Minister of de andere instantie, bedoeld in het eerste lid.
-
Onze Minister onderscheidenlijk de andere instantie, bedoeld in het eerste lid, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde taken.
Artikel 97
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21 en 24 is van toepassing op de op grond van artikel 11 aangewezen essentiële entiteit en de op grond van artikel 13 aangewezen belangrijke entiteit vanaf 36 maanden na de aanwijzing.
Artikel 98
Het nationale register, genoemd in artikel 43, komt uiterlijk één maand na de inwerkingtreding van artikel 43 tot stand.
Artikel 99
Artikel 100
Artikel 101
Artikel 102
Artikel 103
Artikel 103a
Artikel 103b
Artikel 104
Een wijziging van een bepaling uit de NIS2-richtlijn waarnaar in deze wet is verwezen geldt voor de toepassing van de bepaling uit deze wet waarin de verwijzing is opgenomen met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 105
Artikel 106
De Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen wordt ingetrokken.
Artikel 107
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 108
Deze wet wordt aangehaald als: Cyberbeveiligingswet.