Indien sectorspecifieke rechtshandelingen van de Europese Unie voorschrijven dat een essentiële entiteit of belangrijke entiteit significante incidenten moet melden en indien deze eisen ten minste gelijkwaardig zijn aan die uit deze wet, zijn de verplichtingen uit de artikelen 25 tot en met 30 niet van toepassing op die specifieke entiteit.
De eisen, bedoeld in het eerste lid, worden geacht gelijkwaardig te zijn wanneer de sectorspecifieke rechtshandeling voorziet in onmiddellijke toegang, in voorkomend geval automatisch en rechtstreeks, tot de meldingen van incidenten door het CSIRT, de bevoegde autoriteit of het centrale contactpunt, en wanneer de eisen voor het melden van significante incidenten ten minste een vergelijkbare uitwerking hebben als de eisen, bedoeld in de artikelen 25 tot en met 30, 36 en 39, eerste en tweede lid.
Onze Minister die het aangaat kan bij regeling of besluit, in overeenstemming met Onze Minister, een essentiële entiteit of belangrijke entiteit die activiteiten uitvoert op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving of die uitsluitend diensten verleent aan een overheidsinstantie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met betrekking tot die activiteiten of diensten ontheffen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 25 tot en met 30.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een entiteit optreedt als verlener van vertrouwensdiensten die niet uitsluitend worden gebruikt binnen systemen die gesloten zijn als gevolg van een wettelijke regeling of een overeenkomst tussen een bepaalde groep deelnemers.