Essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en andere entiteiten die niet de hiervoor genoemde entiteiten betreffen, kunnen op vrijwillige basis relevante informatie over cyberbeveiliging uitwisselen om incidenten te voorkomen, te detecteren, erop te reageren of ervan te herstellen of de gevolgen ervan te beperken en om het cyberbeveiligingsniveau te verhogen.
De informatie-uitwisseling, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden binnen gemeenschappen van entiteiten en, indien van toepassing, hun leveranciers en dienstverleners op basis van informatie-uitwisselingsregelingen op het gebied van cyberbeveiliging met betrekking tot de potentieel gevoelige aard van de uitgewisselde informatie.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in artikel 29, derde lid, van de NIS2-richtlijn.