-
De bevoegde autoriteit kan voor een bepaalde periode een controlefunctionaris aanwijzen bij een essentiële entiteit.
-
De controlefunctionaris is een onafhankelijke deskundige zijnde een natuurlijk persoon en heeft tot taak:
het monitoren van de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21 en 25 tot en met 30 en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, door de betrokken essentiële entiteit; en
het informeren van de bevoegde autoriteit en het bestuur van de betrokken essentiële entiteit over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21 en 25 tot en met 30 en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, door de betrokken essentiële entiteit.
-
De essentiële entiteit draagt de kosten van de controlefunctionaris.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste en tweede lid, waaronder de vereisten die gelden voor de aanwijzing van de controlefunctionaris.
Cyberbeveiligingswet Actueel
Inhoud
§ 15.2
Artikel 71
-
De bevoegde autoriteit kan een beveiligingsscan op basis van objectieve, niet-discriminerende, eerlijke en transparante risicobeoordelingscriteria uitvoeren of door een onafhankelijke en gekwalificeerde deskundige laten uitvoeren bij een essentiële entiteit.
-
De bevoegde autoriteit draagt de kosten van de beveiligingsscan.
Artikel 72
-
De bevoegde autoriteit kan een essentiële entiteit verplichten om:
een onafhankelijke en gekwalificeerde deskundige te laten onderzoeken of de entiteit voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie;
de resultaten van dat onderzoek binnen een bij het besluit gestelde redelijke termijn te verstrekken aan de bevoegde autoriteit; of
de aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek binnen een redelijke termijn uit te voeren.
-
Het onderzoek is gebaseerd op de door de bevoegde autoriteit of de betrokken essentiële entiteit verrichte risicobeoordelingen of op andere beschikbare risicogerelateerde informatie.
-
Het onderzoek wordt uitgevoerd op een door de bevoegde autoriteit voorgeschreven wijze.
-
De essentiële entiteit draagt de kosten van het onderzoek, tenzij de kosten naar het oordeel van de bevoegde autoriteit redelijkerwijs moeten worden gedragen door de bevoegde autoriteit.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste tot en met derde lid.
Artikel 73
De bevoegde autoriteit kan een essentiële entiteit verplichten om onderdelen van een door de entiteit begane overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, openbaar te maken, op een door de bevoegde autoriteit bepaalde wijze.
Artikel 74
De bevoegde autoriteit kan een essentiële entiteit een bindende aanwijzing geven om binnen een daarbij gestelde redelijke termijn de daarin omschreven handelingen te verrichten of de daarin omschreven maatregelen te nemen ter naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 75
De bevoegde autoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang aan een essentiële entiteit ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 76
-
De bevoegde autoriteit kan na een overtreding door een essentiële entiteit van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, een einddatum bepalen waarop de entiteit de daarbij genoemde maatregelen moet hebben genomen om de overtreding te beëindigen of waarop de entiteit aan de daarbij nader omschreven eisen moet hebben voldaan ter beëindiging van de overtreding.
-
De bevoegde autoriteit kan het besluit, bedoeld in het eerste lid, alleen nemen:
nadat zij alle in het derde lid genoemde maatregelen heeft opgelegd aan de betrokken entiteit en deze maatregelen niet ertoe hebben geleid dat de overtreding is beëindigd; of
nadat zij één of meer van de in het derde lid genoemde maatregelen heeft opgelegd aan de betrokken entiteit, de opgelegde maatregel of maatregelen niet ertoe hebben geleid dat de overtreding is beëindigd en het opleggen van de andere in het derde lid genoemde maatregel of maatregelen naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet ertoe zullen leiden dat de betrokken entiteit de overtreding beëindigt.
-
De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, zijn:
een waarschuwing van de bevoegde autoriteit aan de betrokken entiteit over een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie;
een verplichting van de bevoegde autoriteit aan de betrokken entiteit over de uitvoering van de aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 72, eerste lid, onderdeel c;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 74;
een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 75;
een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 75 in samenhang met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 77
Indien de essentiële entiteit niet uiterlijk op de daarbij bepaalde einddatum heeft voldaan aan het besluit, bedoeld in artikel 76, kan de bevoegde autoriteit de instantie of organisatie die een certificering of vergunning heeft afgegeven verzoeken die certificering of vergunning tijdelijk op te schorten met betrekking tot alle of een deel van de relevante door de essentiële entiteit verleende diensten of verrichte activiteiten, zolang de entiteit niet voldoet aan het besluit.
Artikel 78
-
Indien de essentiële entiteit niet uiterlijk op de daarbij bepaalde einddatum heeft voldaan aan het besluit, bedoeld in artikel 76, kan de bevoegde autoriteit de burgerlijke rechter van de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de vestigingsplaats van de bevoegde autoriteit is gelegen verzoeken om één of meer leden van het bestuur van de betrokken essentiële entiteit te schorsen, zolang de entiteit niet voldoet aan het besluit.
-
De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van de door haar uitgesproken schorsing.
-
De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt een afschrift van de onherroepelijke uitspraak waarin een schorsing is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond de schorsing in het Handelsregister opneemt.
-
Zodra is voldaan aan het besluit, bedoeld in artikel 76, verzoekt de bevoegde autoriteit de Kamer van Koophandel de opname van de schorsing uit het Handelsregister te verwijderen.
Artikel 79
De artikelen 76, 77 en 78 zijn niet van toepassing op overheidsinstanties.
Artikel 80
-
De bevoegde autoriteit kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, aan een essentiële entiteit een bestuurlijke boete opleggen:
tezamen met of na het geven van een waarschuwing aan de betrokken entiteit over de overtreding; of
tezamen met of na de toepassing van de artikelen 38, 70, 72, eerste lid, onderdeel c, 73, 74, 75, 76, 77 of 78.
-
De bevoegde autoriteit kan tevens aan een essentiële entiteit een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
-
De boete bedraagt ten hoogste:
in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, 21a en 25 tot en met 30 en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie: € 10.000.000,– of 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de essentiële entiteit behoort, indien het laatstbedoelde bedrag hoger is;
in geval van een andere overtreding: € 1.000.000,–.
-
De werking van het besluit tot oplegging van de boete wordt opgeschort totdat het besluit onherroepelijk is.
-
Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de boete.
-
Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de overtreding, bedoeld in het tweede lid.