1. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 15, en de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, werken met elkaar samen voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. In het kader van die samenwerking wisselen zij alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, met inbegrip van persoonsgegevens, waaronder gegevens over:

    1. het aanmerken van entiteiten als kritieke entiteiten als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;

    2. cyberbeveiligingsrisico’s, cyberdreigingen, cyberincidenten en niet-cybergerelateerde risico’s, dreigingen en incidenten die gevolgen hebben voor essentiële entiteiten die op grond van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn aangemerkt als kritieke entiteiten; en

    3. de maatregelen die zij in reactie op dergelijke risico’s, dreigingen en incidenten hebben genomen.

  2. De betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, stelt de betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, op de hoogte van haar beoordeling van de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet door een essentiële entiteit die tevens kritieke entiteit is als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en van de uitoefening van toezichts- en handhavingsbevoegdheden om ervoor te zorgen dat die entiteit voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de naleving van en de uitoefening van toezichts- en handhavingsbevoegdheden met betrekking tot het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.

  4. De betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, kan de betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, verzoeken om toezichts- en handhavingsbevoegdheden uit te oefenen of uit te laten oefenen voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten door een essentiële entiteit die tevens kritieke entiteit als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten is.

  5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving van en de handhaving van het bepaalde in de op grond van artikel 13, zesde lid, van de CER-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.