-
De bevoegde autoriteiten, de CSIRT’s en het centrale contactpunt werken met elkaar samen voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet en wisselen daartoe onderling alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.
-
De bevoegde autoriteiten, de CSIRT’s en het centrale contactpunt werken voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet samen met de volgende instanties in Nederland en wisselen in het kader van die samenwerking alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens:
de politie, het openbaar ministerie en de bijzondere opsporingsdiensten, genoemd in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
de Autoriteit persoonsgegevens;
de nationale bevoegde autoriteiten, bedoeld in de Verordening (EG) nr. 300/2008 en Verordening (EU) 2018/1139;
Onze Minister van Economische Zaken uit hoofde van de Verordening (EU) nr. 910/2014;
de bevoegde autoriteiten uit hoofde van de Verordening (EU) 2022/2554;
Onze Minister van Economische Zaken uit hoofde van de Richtlijn (EU) 2018/1972;
de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;
de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017; en
de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen autoriteiten.
-
Indien Nederland wordt onderworpen aan een collegiale toetsing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de NIS2-richtlijn, wisselen de bevoegde autoriteiten, de CSIRT’s en het centrale contactpunt met de cyberbeveiligingsdeskundigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de NIS2-richtlijn, de informatie uit die noodzakelijk is voor de door de cyberbeveiligingsdeskundigen uit te voeren collegiale toetsing.
Cyberbeveiligingswet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 13
Artikel 52
De CSIRT’s werken voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet samen met elkaar en met de CSIRT’s van de andere lidstaten van de Europese Unie en wisselen in het kader van die samenwerking alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.
Artikel 53
De CSIRT’s wisselen relevante informatie uit met essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en gemeenschappen van entiteiten als bedoeld in artikel 29 van de NIS2-richtlijn.
Artikel 54
-
Een CSIRT kan een samenwerkingsrelatie tot stand brengen met een gelijkwaardig orgaan van een derde land. Binnen die samenwerkingsrelatie kan relevante informatie worden uitgewisseld, met inbegrip van persoonsgegevens. Een CSIRT gaat alleen over tot de uitwisseling van persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van haar taken uit hoofde van deze wet.
-
Een CSIRT kan samenwerken met een gelijkwaardig orgaan van een derde land. Deze samenwerking kan bestaan uit het verlenen van bijstand op het gebied van cyberbeveiliging.
Artikel 55
De bevoegde autoriteiten werken met elkaar samen voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet en wisselen daartoe onderling alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.
Artikel 56
-
De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 15, en de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, werken met elkaar samen voor de doeltreffende en doelmatige uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. In het kader van die samenwerking wisselen zij alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, met inbegrip van persoonsgegevens, waaronder gegevens over:
het aanmerken van entiteiten als kritieke entiteiten als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;
cyberbeveiligingsrisico’s, cyberdreigingen, cyberincidenten en niet-cybergerelateerde risico’s, dreigingen en incidenten die gevolgen hebben voor essentiële entiteiten die op grond van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn aangemerkt als kritieke entiteiten; en
de maatregelen die zij in reactie op dergelijke risico’s, dreigingen en incidenten hebben genomen.
-
De betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, stelt de betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, op de hoogte van haar beoordeling van de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet door een essentiële entiteit die tevens kritieke entiteit is als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en van de uitoefening van toezichts- en handhavingsbevoegdheden om ervoor te zorgen dat die entiteit voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.
-
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de naleving van en de uitoefening van toezichts- en handhavingsbevoegdheden met betrekking tot het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
-
De betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, kan de betrokken bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, verzoeken om toezichts- en handhavingsbevoegdheden uit te oefenen of uit te laten oefenen voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten door een essentiële entiteit die tevens kritieke entiteit als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten is.
-
Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving van en de handhaving van het bepaalde in de op grond van artikel 13, zesde lid, van de CER-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 57
-
De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 15, werken samen met de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 46 van de Verordening (EU) 2022/2554 en wisselen in het kader van die samenwerking alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.
-
De bevoegde autoriteit stelt het oversightforum dat is opgericht op grond van artikel 32, eerste lid, van de Verordening (EU) 2022/2554 in kennis wanneer zij haar toezichts- en handhavingsbevoegdheden uitoefent om ervoor te zorgen dat een essentiële entiteit of belangrijke entiteit, die op grond van artikel 31 van de Verordening (EU) 2022/2554 als kritieke derde aanbieder van ICT-diensten is aangewezen, voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 58
-
De bevoegde autoriteiten werken samen met de Autoriteit persoonsgegevens bij de behandeling van incidenten die leiden tot inbreuken in verband met persoonsgegevens en wisselen in het kader van die samenwerking alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.
-
Wanneer de bevoegde autoriteit bij toezicht of handhaving er kennis van krijgt dat een overtreding van de artikelen 21, 25, 26, 27, 28, 29 of 30 door een essentiële entiteit of belangrijke entiteit een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdeel 12, van de Algemene verordening gegevensbescherming kan inhouden, die op grond van artikel 33 van die verordening moet worden gemeld, stelt zij de Autoriteit persoonsgegevens dan wel de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in de artikelen 55 en 56 van de Algemene verordening gegevensbescherming daarvan onverwijld in kennis.
-
Indien de Autoriteit persoonsgegevens dan wel de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in de artikelen 55 en 56 van de Algemene verordening gegevensbescherming een bestuurlijke boete opleggen op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel i, van de Algemene verordening gegevensbescherming, legt de bevoegde autoriteit geen bestuurlijke boete op op grond van de artikelen 80 en 87 voor een inbreuk als bedoeld in het tweede lid die voortvloeit uit dezelfde gedraging als die waarvoor de bestuurlijke boete op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel i, van de Algemene verordening gegevensbescherming is opgelegd.
-
Wanneer de op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming bevoegde toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, stelt de bevoegde autoriteit de Autoriteit persoonsgegevens in kennis van de potentiële inbreuk in verband met persoonsgegevens, bedoeld in het tweede lid.
-
Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een overtreding van het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 59
De bevoegde autoriteiten, Onze Minister van Economische Zaken uit hoofde van de Verordening (EU) 910/2014, de bevoegde autoriteiten, bedoeld in de Verordening (EU) 2022/2554, en Onze Minister van Economische Zaken uit hoofde van de Richtlijn (EU) 2018/1972 wisselen informatie uit over relevante incidenten en cyberdreigingen.
Artikel 60
-
De bevoegde autoriteit werkt samen met de betrokken bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie en verleent op gemotiveerd verzoek van die autoriteit bijstand, wanneer een essentiële entiteit of belangrijke entiteit of een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent, als bedoeld in deze wet of in het nationale recht van de betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd:
diensten verricht in meer dan één lidstaat; of
diensten verricht in één of meer lidstaten en zijn netwerk- en informatiesystemen zich in één of meer andere lidstaten bevinden.
-
Onverminderd het eerste lid kan de bevoegde autoriteit naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek om bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie die ten aanzien van de betrokken entiteit krachtens artikel 26, eerste lid, onderdeel b, van de NIS2-richtlijn jurisdictie heeft, binnen de grenzen van dat verzoek, toezichts- en handhavingsmaatregelen nemen ten aanzien van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en de volgende essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten, bedoeld in het nationale recht van de betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd, wanneer die entiteit in Nederland diensten verleent of waarvan een netwerk- en informatiesysteem zich in Nederland bevindt:
DNS-dienstverleners;
registers voor topleveldomeinnamen;
aanbieders van cloudcomputingdiensten;
aanbieders van datacentrumdiensten
aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;
aanbieders van beheerde diensten;
aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;
de aanbieders van onlinemarktplaatsen;
aanbieders van onlinezoekmachines;
aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.
-
Na de ontvangst van het gemotiveerde verzoek om bijstand, genoemd in het eerste en tweede lid, verleent de bevoegde autoriteit bijstand in verhouding tot haar eigen middelen. De bevoegde autoriteit wijst het verzoek alleen af als:
zij niet bevoegd is om de verzochte bijstand te verlenen;
de verzochte bijstand niet in verhouding staat tot de toezichthoudende taken van de bevoegde autoriteit; of
het verzoek betrekking heeft op informatie of activiteiten inhoudt die, indien ze openbaar zouden worden gemaakt of zouden worden uitgevoerd, in strijd zouden zijn met de wezenlijke belangen van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of de defensie.
-
Voordat de bevoegde autoriteit het verzoek afwijst, raadpleegt zij de betrokken bevoegde autoriteit van de andere lidstaat van de Europese Unie over de voorgenomen afwijzing en, wanneer de lidstaat daartoe verzoekt, de Europese Commissie en Enisa.
-
In het kader van de samenwerking informeert de bevoegde autoriteit het centrale contactpunt over de door haar genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen met betrekking tot een entiteit als bedoeld in het eerste lid, waarna het centrale contactpunt de betrokken bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie informeert over die genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen.
-
Het verzoek om bijstand, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kan zien op het verstrekken van informatie en het nemen van toezichts- en handhavingsmaatregelen, met inbegrip van inspecties ter plaatse, toezicht elders en beveiligingsaudits.
Artikel 61
-
De bevoegde autoriteit kan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie gemotiveerd verzoeken om bijstand, wanneer een essentiële entiteit of belangrijke entiteit of een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent, als bedoeld in deze wet of in het nationale recht van de andere betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd:
diensten verricht in meer dan één lidstaat; of
diensten verricht in één of meer lidstaten en haar netwerk- en informatiesystemen zich in één of meer andere lidstaten bevinden.
-
Onverminderd het eerste lid kan de bevoegde autoriteit een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie gemotiveerd verzoeken om bijstand ten aanzien van de volgende entiteiten, wanneer die entiteit haar hoofdvestiging heeft in die andere lidstaat:
DNS-dienstverleners;
registers voor topleveldomeinnamen;
aanbieders van cloudcomputingdiensten;
entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen;
aanbieders van datacentrumdiensten;
aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;
aanbieders van beheerde diensten;
aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;
de aanbieders van onlinemarktplaatsen;
aanbieders van onlinezoekmachines;
aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.
-
Het verzoek om bijstand, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan zien op het verstrekken van informatie en het nemen van toezichts- en handhavingsmaatregelen, met inbegrip van inspecties ter plaatse, toezicht elders en beveiligingsaudits.
Artikel 62
-
Essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en andere entiteiten die niet de hiervoor genoemde entiteiten betreffen, kunnen op vrijwillige basis relevante informatie over cyberbeveiliging uitwisselen om incidenten te voorkomen, te detecteren, erop te reageren of ervan te herstellen of de gevolgen ervan te beperken en om het cyberbeveiligingsniveau te verhogen.
-
De informatie-uitwisseling, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden binnen gemeenschappen van entiteiten en, indien van toepassing, hun leveranciers en dienstverleners op basis van informatie-uitwisselingsregelingen op het gebied van cyberbeveiliging met betrekking tot de potentieel gevoelige aard van de uitgewisselde informatie.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in artikel 29, derde lid, van de NIS2-richtlijn.